De website van Arie Tromp

  • Het laatst gehouden te: Bennebroek
  • op: 26 mei 2021
Romeinen 8 : 34b

Romeinen 8 : 34b Christus pleit voor ons


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen?   

Weeszondag

Christus Jezus ... pleit voor ons

Het is de zondag na Hemelvaartsdag. We denken er nu dus aan dat de Here Jezus naar de hemel is gegaan en daar aan de rechterhand van God zit.

Nu lijkt zitten niet zo’n actieve bezigheid. Je doet dat juist als alle activiteit achter de rug is. Hè, hè, ik zit, zeggen we na een vermoeiende dag. En als we denken aan Jezus’ leven, lijden en sterven, dan had Hij genoeg achter de rug, om dat - menselijk gesproken - óók te zeggen. Het grote werk van de verlossing is af. Hè, hè, ik zit. Even rust. Straks moet ik tenslotte ook terug om alles nieuw te maken. En dat is wéér hard werken.

Toch, zittend aan Gods rechterhand, zit Christus niet stil. De plek wáár Hij zit, verraadt dat al. Hij ís er als het ware de rechterhand van zijn Vader. Hij kreeg dus de uitvoerende macht over hemel en aarde van zijn Vader. Hij is er dag en nacht in functie als de Heer van de wereld en de Koning van de Kerk, die alles leidt langs zijn zichtbare en verborgen wegen. En wel naar de realisatie van zijn Koninkrijk toe. Hij zit daar als president, letterlijk, vóórzitter. Hóófd van alles. Knóóppunt waar alle draden samenkomen. Machtscentrum. Dan zit je niet niks te doen.

Maar behalve regeren doet Hij nog méér. Christus Jezus pleit voor ons. Hij is daar onze zaakwaarnemer, voorspraak, advocaat, lobbyist. De Catechismus meldt dat zelfs als éérste. Welke betekenis heeft de hemelvaart van Christus voor ons? Ten eerste is Hij in de hemel onze Pleitbezorger voor het aangezicht van zijn Vader.

De maatschappij is hard, onverschillig, zakelijk geworden. Je moet daarom eerst aan jezelf denken, voor jezelf opkomen. Want een ander doet het niet. De familiebanden zijn losser dan vroeger. Buren kennen elkaar soms niet, vooral in grote flats. Daardoor is er veel eenzaamheid. Vooral bij wie níet voor zichzelf kan opkomen. Wie hélpt mij, zet zich voor mij in, springt voor mij in de bres, wil voor mij garant staan, behartigt mijn belangen? Niemand? Ja, één altijd! De Here Jezus. Hij pleit voor ons.

Hij zit niet alleen aan de rechterhánd van zijn Vader, maar ook aan het rechteróór van zijn Vader. Hij houdt daar voor ons pleidooien, waar de stukken van af vliegen. Dat geeft troost, moed. Zo wordt ons hele leven gedragen, gesteund, gered.

Ons héle leven. Want het gebeurt in de hémel. Hemelvaartsdag is een feest met gemengde gevoelens. Het is dan of er bij ons óók iets van de droefheid hangt, die de discipelen hebben, als Jezus tegen hen zegt, dat Hij heengaat naar de Vader. Het is tóch een gemis. Zelfs een áánvechting. Want er is op aarde niets meer van Hem te zien. Zelfs wat nog aan hem herinnerde is in de moderne tijd aan het verdwijnen: kerkgebouwen, de zondagsrust. Je moet het doen met wat oude verhalen over Hem. Maar nu is Hij wél in de hémel verschenen. Dáár pleit Hij voor ons. De hemel bóven ons, van waaruit de aarde wordt overkóepeld, bestuurd. Dus ons héle bestaan is in dát pleiten opgenomen. Het is dus toch geen verlies, maar winst.

Om onze belangen in het buitenland goed te kunnen behartigen, hebben we ambassadeurs en consuls in andere landen. Dat is voor hun familie híer wel een gemis, maar ze kunnen nu eenmaal het effectiefst hun werk doen als ze dáár wonen. En zo is Jezus nu in de hemel. Dat is de béste plaats. Daar kan Hij nu het mééste voor ons betekenen. Het beste voor ons lobbyen. Door voortdurend bij zijn Vader rond te hangen, zijn gezicht te laten zien, zijn woordje te doen. Dat is geen verlies maar winst.

En ook, wie is onze béste pleitbezorger? Die voor ons iets gedaan kan krijgen op het hóógste adres. Een advocaat, die niet tevreden is over wat hij voor zijn cliënt in de wacht heeft gesleept, zoekt het hoger óp. Desnoods gaat hij in cassatie bij de Hoge Raad, de hoogste instantie. Jezus zoekt het óók hogerop. Op het hoogste adres. In de hemel bij God zelf. Daar kan Hij álles voor elkaar krijgen. Hij krijgt het er voor elkaar dat God ons vergeeft, verlost, helpt, eeuwig leven schenkt. Het is dus geen verlies, maar winst.

Zo'n pleitbezorger hebben we ook nodig. Want, om in de wereld van het recht te blijven, we hebben behalve een advocaat ook een officier van justitie, een áánklager. Zelfs meerdere. En die pleiten tégen ons.

Daar is zo'n strenge officier van justitie in ons hart. Ons geweten. Een enkeling hoort hem zélden praten, en doet daarom zonder gewetensnood verkeerde dingen. Psychopaten horen hun geweten nooit. Maar veel mensen horen hem aldoor aanklagen en beschuldigen. Vooral als een strenge opvoeding van een autoritaire ouder sporen achterliet. Je bent egoïstisch. Hebt een slecht karakter. Doet alles verkeerd. Je bent zondaar. Die criticus van binnen kan je leven verzieken. Met schuldgevoelens, zelfverachting, depressiviteit. Er komt soms ook nog bij: Je bent lelijk, onaantrekkelijk, saai, dom.

Daar is zo'n strenge officier van justitie in de omgang met elkaar. Wat kunnen we het oordelend vingertje opsteken. Wat kunnen we iemand, die volgens ons iets niet goed deed, hard laten vallen. Wat kunnen we met roddel elkaar zwart maken. Het wordt soms onze tweede natuur om negatief te denken van iemand anders, aanklagend. Daar vallen slachtoffers door. Misschien wij wel.

Daar is zo'n strenge officier van justitie op juridisch terrein. Je krijgt een bekeuring, omdat je te hard reed. Je doet er wat lacherig over, maar je voelt van binnen toch wel, dat je op je vestje bent getikt, en die zestig euro, soms veel meer, is zonde van het geld. En dan hebben we het nog niet over zwaardere overtredingen. Mensen die een misdrijf begingen en daarvoor vastzaten, worden er hun leven lang mee achtervolgd.

Daar is zo'n strenge officier van justitie op ethisch, zedelijk, terrein. Dat handeltje met goed geld, maar slechte waar, pleit tégen ons. Die leugen om bestwil, eigenlijk uit gemak, pleit tégen ons. Dat kijken naar een slecht t.v. programma pleit tégen ons. Die ruzie met onze man, vrouw, ouders, kinderen, collega' s, pleit tégen ons. Ach, er is zoveel, dat niet vóór ons maar tégen ons pleit. Toch?

Vóórdat in de rooms-katholieke kerk iemand heilig wordt verklaard vanwege een vroom leven, wordt er een kerkelijk rechtsproces gehouden, waarin óók een belangrijke rol wordt gegeven aan degene die het leven van zo iemand gaat onderzoeken op gebréken. Hij verzamelt dus redenen om de heiligverklaring te voorkómen. Zo iemand heet de advocatus diaboli, de advocaat van de duivel.

Die kennen we allemaal. Ja, we moeten het even over de duivel hebben. Die strenge officier van justitie in ons gééstelijk leven. Die aanklager tussen God en ons. De diábolos. Letterlijk betekent zijn naam: wigdrijver, iemand, die zich tussen twee partijen inwerpt om verwijdering te scheppen. Eerst verleidt hij ons om te zóndigen en dan gebruikt hij die zonde als een aanklacht bij God. Want Hij wil, dat God niet vóór ons is, maar veroordelend tégen ons. En we verloren gaan.

Gelukkig is er niet alleen één, die verwíjdering zoekt tussen God en ons, maar óók één, die verbínding tot stand brengt. Eén die voor ons pleit. Eén, die - 't Griekse woord in de bijbel doet daar aan denken - óók tussen God en mens in gaat staan, doch niet om ze uít elkaar te halen, maar ze áán elkaar te koppelen.

Christus Jezus pleit voor ons. En met hém hebben we de beste pleitbezorger, die er is. Waarom?

In de eerste plaats, omdat Jezus echt mens is geweest en ook is gebléven, zelfs de menselijke natuur, zij het in verheerlijkte gedaante, meevoerde de hémel in. Daarom voelt Hij ons zo goed aan. Hij weet wat er bij ons leeft, aan vragen, zorg, nood, pijn, verdriet. Hij kan het waarheidsgetrouw onder woorden brengen bij zijn Vader. Want Hij was als wij. We hebben geen biddende hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op dezelfde manier als wij is beproefd.

Ik heb het vermoeden, dat topadvocaten als Knoop, Spong, Plasman een ander leven leiden dan een drugsverslaafde dief uit een Amsterdamse achterstandswijk. Ze kunnen wel proberen zich in te leven in de gedachten van de verslaafde, maar dat is niet makkelijk, omdat ze in twee heel verschillende werelden leven. Ze kunnen zich mogelijk beter inleven in de witte boordenboeven, gewend met het grote geld om te gaan. Díe vragen hen dan ook als advocaat. Maar bij Jezus, die voor ons nu in de hóógste regionen verkeert, is dat niet zo. Want Hij die opgevaren is, is ook eerst neergedaald in de laagste delen van de aarde, schrijft Paulus. Hij heeft ook de ónderkant en de zélfkant van het aardse bestaan gekend, en met díe ervaring pleit Hij voor ons. Een betere pleiter kan je niet hebben. Wees maar blij met hem, vertrouw op hem.

En we hebben in de tweede plaats in Hem zo'n goede pleitbezorger, omdat Hij zoveel van ons houdt. Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Niets en niemand. Het prachtige artikel 26 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, waarin het gaat over Christus als onze Voorspraak, maakt het zo duidelijk. 'Want er is niemand in hemel of op aarde, die ons méér liefheeft dan Jezus Christus, die, hoewel Hij in de gestalte van God zijnde, zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan zijn broeders in alle opzichten gelijk is geworden. Indien wij nu een andere middelaar en pleitbezorger moesten zoeken, die ons gunstig gezind zou zijn, wie zouden wij dan kunnen vinden, die ons méér liefheeft dan Hij, die zijn leven voor ons gegeven heeft, zelfs toen wij nog vijanden waren?' Nee, méér liefde dan Hij had, is niet mogelijk. Zijn liefde overtreft alles. Als een advocaat alleen een zákelijke band met zijn cliënt heeft, kan de laatste nog twijfelen aan de inzet, waarmee die advocaat hem verdedigt. Zal hij zijn werk góed doen of zijn hoge honorarium zo mákkelijk mogelijk willen verdienen? Maar wanneer advocaat en cliënt goede vrienden zijn, weet de gedaagde, dat zijn vriend echt zijn best voor hem zal doen. Dat stelt hem gerust en geeft moed. Zo mogen wij vertrouwen putten uit het feit, dat Hij, die voor ons pleit, in niet te overtreffen liefde met ons verbonden is. Wees blij met hem.

Maar Hij is in de derde plaats óók machtig. Hij bidt voor ons aan de rechterhand van God. Dus als degene, die de koninklijke scepter in zijn hand kreeg en over alles regeert. Ook daar wijst artikel 26 op. 'Als wij iemand zoeken, die macht en aanzien heeft, wie heeft zóveel als Hij, die gezeten is aan de rechterhand van zijn Vader en die alle macht heeft in hemel en op aarde?' Hij wíl ons niet alleen helpen, Hij kán het ook. Want Hij kreeg een onvoorstelbare macht van zijn Vader óm ons te helpen. Als we een advocaat nodig hebben, kunnen we het beste een invloedrijk persoon in de juridische wereld vragen. Een Doedes, Knoop of Spong. Iemand, naar wie ook de rechters met ontzág luisteren. In Jézus hébben we zo'n machtig pleiter. Maar wél een zuivere. Wees blij met hem.

Te meer omdat Hij in de vierde plaats behalve méns, ook echt Gód is. Hij, die voor ons bidt bij de Vader is één met die Vader. Ze zijn nauw met elkaar verbonden. Het is nadelig voor een beklaagde als zijn advocaat en de rechter het niet goed met elkaar kunnen vinden. Maar ónze advocaat en de hémelse rechter zijn één. Ze zijn wel van elkaar te ónderscheiden, maar niet te schéiden. Ze zitten sámen op dezélfde troon. Ze hebben sámen dezelfde liefde tot ons. De Zoon heeft zichzélf niet gespaard maar aan ons overgegeven. De Vader heeft zijn Zóón niet gespaard, maar voor ons overgegeven. ‘En wie zal éérder verhoord worden dan de eigen geliefde Zoon van God?’ zegt wéér artikel 26. Wees blij met hem.

Maar laten we in de vijfde plaats en bóven alles aan de pleitgrónd denken, die de Here Jezus aanvoert, als Hij voor ons opkomt. Want de advocaat, die we in de armen namen, kan nóg zo'n meeslepende redenaar zijn, hij moet toch óók zákelijke argumenten aandragen wil zijn pleidooi succes hebben. Hij gaat op zoek naar leemtes in de bewijslast, naar verzachtende omstandigheden. De pleitgrond van Jézus vinden we echter niet bij óns, maar bij Hem zélf. Hij pleit op zijn eigen werk, dat Hij op aarde deed vóór Hij terugkeerde naar de hemel. Onze tekstwoorden zijn een climax, het hoogtepunt van een opklimmende lijn. Al is dat in de Nieuwste Bijbelvertaling wat verdwenen. Christus Jezus, die gestorven is, wat meer is, die opgewekt is, die aan de rechterhand van God is, die óók nog voor ons pleit. Wat was de dood van Jezus aan het kruis belangrijk voor Paulus. Hij nam zich voor niets anders te weten dan Jezus Christus en die gekruisigd. Het had ook uit zíjn mond kunnen klinken: Jezus, uw verzoenend sterven is het rustpunt van ons hart. En toch blijft hij daar niet bij stil staan. Wat méér is, die opgewekt is. Hoe heeft hij tegen de dwaalleer in de Korinthische gemeente de realiteit van Christus' opstanding onderstreept, en ok de zegeningen en vruchten van de opstanding vermeld. Maar ook dát is niet het laatste. Die aan de rechterhand van God is. Dat betekent: het verlossingswerk van Christus is door zijn Vader erkend. Hij is er om verhoogd en kreeg alle macht om het te voltooien in Gods Koninkrijk. En dán volgt: die óók nog voor ons pleit. Wat komt ervan terecht, als Jezus niet voor ons pleit om een plaatsje in dat Koninkrijk? Niets. Maar dat doet Hij wél. Zo is de keten gesloten. De climax bereikt. Het begint met: die voor ons gestorven is en het eindigt met: die voor ons pleit. En het zijn geen losse componenten, maar het is één geheel.

Ik was eens met mijn vrouw op vakantie in Toscane, Italië. Op een gegeven moment kwam ons daar een politieauto met zwaailichten stapvoets tegemoet. We weken uit, de berm in. Er bleek een begrafenisstoet aan te komen. Bijna vooraan in die stoet liep de pastoor. Hij had aan zijn gewaad een microfoontje en luidsprekertje, blijkbaar gevoed door een batterij. Constant riep hij Maria aan. Het schalde door de lucht. Wees gegroet, Maria, gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood.

Maria vragen om voor ons te pleiten? Heiligen aanroepen: bid voor ons? Of misschien ook zeggen: ik heb zo'n vrome moeder gehad? Mijn vader heeft zo getuigd op zijn sterfbed? Of: ik heb altijd netjes geleefd, nooit een vlieg kwaad gedaan? Niets daarvan. Er is er maar één, die de ware pleitgrond bezit. Jezus Christus. Hij pleit op zijn offer aan het kruis van Golgotha, waar Hij zélf voor ons de straf droeg. Hij laat biddend zijn doorboorde handen zien en de wond in zijn zijde. En dan is er vrijspraak en vergeving bij de hoogste Rechter. Dan is de aanklager, ook die strenge criticus bij ons van binnen, met stomheid geslagen. Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. Wie zal hen veroordelen?

Christus Jezus pleit voor ons. Dáárom spreekt God ons vrij. Daarom zal niets en niemand ons meer kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer. We mogen dank zij Jezus hier op aarde onder Gods vergevingsgezindheid en genade leven, en zo ook onder Gods liefde, zorg, bescherming, ondersteuning. En er is straks aan het eind van ons aardse bestaan dóórkomen aan naar de hemel toe om voor altijd bij onze pleiter te wezen in het Vaderhuis met de vele kamers.

Die voor ons pleit. Wat een troost, als we niet meer voor ons zelf kúnnen of dúrven bidden. Soms stokt ons het gebed in de keel. Vanwege onze blunders, gebreken. Maar de voorbede van Jézus voor óns stokt niet. Mijn kinderen, aldus Johannes, ik schrijf jullie deze dingen, opdat jullie niet zondigen. Maar als iemand gezondigd hééft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.

Christus Jezus pleit voor ons. Óns. Dat is het 'ons' van de gelovige geméénte, aan wie Paulus schrijft. Hij schrijft niet aan Jan en alleman. De Romeinenbrief is geen reclamefolder. Maar een persoonlijke brief aan de christelijke gemeente van Rome. Van Jezus zijn ook de woorden bekend: Ik bid niet voor de wéreld, maar voor hen, die U Mij gegeven hebt. Een advocaat wil, dat zijn cliënt eerlijk tegen hem is en alle vertrouwen in hem stelt. Zijn zaak aan hém overlaat. En dat wil de Here Jézus ook. Het gaat erom, dat we in Hem geloven en ons vertrouwen in geen ander stellen. Waarom zouden we een andere voorspraak zoeken, zegt artikel 26, aangezien het God beliefd heeft ons zijn Zoon als voorspraak te geven. Laat Hem niet los om een ander te nemen of liever een ander te zoeken zonder die te vinden. Wees tevreden, ja blij met hem.

Christus Jezus pleit voor ons. Als de Here Jezus in de hemel zó voor ons bidt, dan kunnen we niet anders dan dankbaar zijn voorbeeld volgen en trouw voor elkáár de voorbede doen. Dan hoort de voorbede voor mensen in nood, voor de overheid, voor kerk en wereld, voor Syrië en de vluchtelingen, noem maar op, een belangrijke plaats in onze gebeden in te nemen. Wie beseft hoeveel hij aan de voorbede van Christus te danken heeft, kan de ander onmogelijk in zijn gebed vergeten. Is dat bij ons zo? Bidden we voor elkaar?

Tenslotte, in onze gebeden staat niet alleen het slótwoord vast: amen, maar we zeggen daar vlak vóór vaak: om Jezus' wil of in Jezus' naam, amen. Misschien werd dat sleur, weten we nauwelijks wat we ermee zeggen. Ik hoop, dat we ze van nu af weer met nádruk en éérbied uitspreken, in het besef, dat onze gebeden inderdaad alleen maar God de Váder kunnen bereiken, als ze door God de Zóón van ons worden óvergenomen. Maar ik hoop óók dat deze woorden ons het váste vertrouwen geven, dat de Vader onze gebeden hoort en verhoort. Omdat de Zoon, Jezus Christus zélf, erachter staat. Hij, die zoveel voor ons deed op de áárde, en nu, in de hémel, óók nog voor ons pleit. Amen.

1000 Resterende tekens


Advertentie 1

 

Advertentie 2

Advertentie 3

 

Advertentie 4