Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen? ja

Voor 't laatst gehouden op 9 oktober 1994 te Krimpen aan de Lek

De vliegende boekrol

Gemeente des Heren,

Soms lees je het in de krant. Er is een UFO waargenomen. Mensen hebben iets in de lucht gezien, dat ze niet thuis konden brengen. Het was geen vliegtuig. Geen vallende ster. Geen kunstmaan of raket, die in de atmosfeer om de aarde verbrandde. Geen schijnwerper, die tegen de wolken scheen. Het was een vreemd verschijnsel. Niet te verklaren. Al gauw wordt gefantaseerd over buitenaardse wezens, die met hun ruimteschip, hun vliegende schotel, hier een kijkje komen nemen. Zelfs de geleerden weten niet altijd wat het was. Maar ook voor waar ze niet uitkomen, hebben ze nog een fraaie wetenschappelijke naam. Het was een UFO. Een unidentified flying object, in gewoon nederlands: een onbekend vliegend voorwerp. Toch sta je even vreemd te kijken als je iets boven je ziet, waar je totaal geen verklaring voor hebt. Iets dat nergens op lijkt of op iets lijkt, dat normaal de vliegkunst niet meester is. De schrik slaat je om het hart. Je knijpt jezelf in de arm. Droom ik of niet?

Bij Zacharia was het wel een droom. Maar of dat nu zo'n geruststelling is? We zullen zien. In die droom sloeg hij zijn ogen op en zag hij een uitgerolde boekrol door de lucht vliegen. Als een soort papieren oosterse tapijt uit de sprookjes van duizend en één nacht. En het is nog geen kleintje ook. Hij is twintig el lang en tien el breed. Oftewel: tien bij vijf meter. Precies dezelfde afmetingen als van het heilige in de tabernakel, de ontmoetingsplaats tussen God en zijn volk. Wat een UFO. Geen vliegende schotel, maar wel een enorme vliegende boekrol. Een wonderlijke droom.

Maar wat beeldt die rol nu uit? Alle uitleggers zijn het erover eens: dit is Gods Woord. Gods geschreven Woord. Nu zouden we zeggen: de bijbel. En dat die boekrol buitengewone afmetingen heeft, wil ons zeggen, dat het een buitengewoon boek betreft. Een boek, dat onze menselijke maten te boven gaat. En dat is toch zo, gemeente? Dat is toch zo, jongelui? Hadden we het er ook op catechisatie al niet over? Mensen hebben stukjes van de bijbel geschreven: Mozes, David, de profeten, de evangelisten, de apostelen. Mensen hebben die later aan elkaar gevoegd tot bijbelboeken en tot de complete bijbel. En toch is het meer, groter, dan elk ander menselijk boek. Het heeft een geheim en een kracht, dat elk ander boek niet heeft. God spreekt in dat boek tot ons. God komt erin op ons af. Daarom was het ook in de lucht te zien. Het Komt van bovenaf naar ons toe. Van God. Het is een gewone boekrol, maar dat die zo buitengewoon groot is en vliegt, kijk, dat is het geheimzinnige ervan. Ervaren we dat ook als we de bijbel lezen? Het is een gewoon boek, maar komt er via dat gewone boek toch iets op ons af, een raad, een troost, een waarschuwing, een aanwijzing, een visie, die we zien als door God zelf aan ons gegeven? Hebben we door de Heilige Geest een antenne gekregen voor de bijzonderheid, de overtuigingskracht, de goddelijkheid van Gods Woord? Gaat de bijbel bij het lezen ook bij ons alle menselijke proporties te boven? En komt zijn boodschap ook zo maar wonderlijk bij ons aanvliegen? Dat is heerlijk. Dat is eigenlijk al geloven door de kracht en overmacht van dat Woord. Het is vandaag 31 oktober, dus hervormingsdag. Dan gedenken we toch, dat Gods Woord ons mensen machtig kan overkomen, zoals met Luther en Calvijn gebeurde. Dat Gods Woord het wint van alle dwaling in leer en leven. Dat Gods Woord een ingezonken kerk weer als uit de dood tot nieuw leven kan opwekken. En ook alle menselijke levendigheid, dat de Here in de weg staat, kan doden. En zo zweeft dat Woord boven ons, hangt het ons boven het hoofd, zit het in de lucht. Hier zelfs vrij letterlijk als het via de luchttrillingen van een menselijke stem naar ons toe komt. Zo wordt het ook voor ons uitgerold in de preek. En zo ontmoeten God en mens elkaar als in het heilige van de tabernakel.

Maar wat wordt dat voor een ontmoeting met God via zijn Woord? Wat zal dat Woord in ons leven te weeg brengen? Zal onze confrontatie met dat Woord goed of verkeerd uitpakken? Wij denken al gauw: kan het dan ook verkeerd gaan? Gods Woord is toch evangelie, goede boodschap? Het is toch een zegenrijk woord? Het is toch het Woord van Gods liefde en trouw? Het Woord van vergeving en genade in de Here Jezus Christus? Het is toch het Woord, waar rijke beloften in staan? Het Woord, dat een heerlijk Koninkrijk van vrede en recht aankondigt? Het Woord, dat ons de eeuwige zaligheid in het vooruitzicht stelt? Zeker. Maar als ik onze tekst lees, dan denk ik toch ook even bezorgd: kan het wel goed gaan, die inwerking en uitwerking van Gods Woord in ons leven? Want wat zegt de verklarende engel over die vliegende boekrol tegen Zacharia? Dit is de vloek die uitgaat over het ganse land. Dat is niet mis. Gods woord geen zegen, maar een vloek. De vliegende boekrol als een immense roofvogel, die boven ons zweeft en plotseling op ons, zijn prooi, neer kan duiken. Nee, je had geen leuke droom, Zacharia. Het was een nachtmerrie.

Nu moeten we hier natuurlijk niet de conclusie uit trekken, dat we maar beter uit de buurt van Gods Woord kunnen blijven. Dat we beter de kerkdeur voorbij kunnen lopen en de bijbel dicht kunnen houden. Het is niet de bedoeling, dat we de bijbel als een soort doos van Pandora zien, waar allerlei rampen uit komen als je die open doet. Zoals laatst nog iemand tegen me zei: Ik weet best dat het een kronkelgedachte is, dominee, maar toen ik met God wilde leven en met zijn kerk, overkwam me de ene narigheid na de andere, en nu ik de kerk wat links laat liggen, nu heb ik een vrij rustig en voorspoedig leventje.

Maar het is wel de bedoeling, dat we ons goed realiseren, dat elke medaille zijn keerzijde heeft, ook de medaille van Gods reddende en heil brengende Woord. Als de Here de zegen van de vrede wil geven, dan betekent dat de vloek over allen, die de vrede in de weg staan door met wapens te kletteren. Als de Here de zegen van de gerechtigheid wil geven, dan betekent dat de vloek over allen, die alsmaar oneerlijk bezig zijn en daarmee anderen onrecht doen. Als de Here de zegen van de liefde wil geven, dan betekent dat de vloek over wie alsmaar haatgevoelens blijft koesteren, ruzie blijft maken, tweedracht blijft zaaien. De Here regeert over ons door middel van zijn Woord en stuurt zo op de komst van Zijn Koninkrijk aan. En dat is een zegen voor ieder, die zijn Woord gehoorzaam is en hoopvol naar dat Koninkrijk toeleeft. Maar dat is een vloek voor ieder, die met zijn ongehoorzaamheid aan dat Woord en zijn zonden de komst van dat Rijk in de weg blijft staan. Geen eeuwig leven, als de dood niet is uitgebannen. Geen eeuwig geluk, als verdriet en pijn niet zijn uitgebannen. Geen eeuwige reinheid en heiligheid als de zonde niet is uitgebannen. En daarom is die boekrol bij wijze van spreken, aan beide kanten beschreven. Vinden we in dat Woord de vertroostingen en waarschuwingen van de Here, zijn beloften en bedreigingen, spreekt dat Woord van Gods liefde en toorn, van Gods zegen en vloek.

We vinden dat heel sterk aan het slot van Deuteronomium. Israël staat op het punt het beloofde land Kanaän in te trekken. En dan komt het er op aan, hoe ze daar zullen gaan leven. Zie, zegt God dan tegen zijn volk, ik stel u voor het leven en de dood, de zegen en de vloek. De zegen voor wie zich aan mijn geboden houdt. De zegen van veel kinderen, veel vee, van voorspoed en welvaart, van vrede en vrijheid als voortekenen van mijn Koninkrijk. Maar de vloek over wie mijn geboden overtreedt zonder zich te bekeren. De vloek van honger en kommer, van droogte, van ziekte, als voortekenen van de definitieve uitroeiing van alle kwaad. Laat ik een beeld gebruiken. Gods Woord en de vervulling ervan is als een bulldozer, die de weg naar Gods Koninkrijk vrij maakt en alle op die weg opgeworpen barricades opzij schuift. Loop je achter die bulldozer aan naar dat Rijk toe, dan vind je een geëffende baan. Sta je vóór die bulldozer op de barricades, dan word je onherroepelijk een keer aan de kant geschoven.

En dit beeld geeft ook aan, dat er geen middenweg en neutraal standpunt mogelijk is. Of je loopt achter die schuiver, of je staat ervoor. Dat is de enorme geestelijke spanning, die met de verkondiging van Gods Woord hier gepaard gaat. Het is nooit vrijblijvend. Het werkt altijd wat uit, of we ons dat bewust zijn of niet. Het wordt in de praktijk van ons leven óf een zegen óf een vloek. Afhankelijk van wat we ermee doen. Of we het geloven, er gehoorzaam aan zijn. Of dat we er ons in het leven van elke dag niets van aantrekken. Wat doet u, wat doe jij met Gods Woord? Met die boekrol die je voor ogen vliegt?

Nu komt die vloek met name terecht op ieder, die steelt en vals zweert. Dus deze twee van de tien geboden overtreedt. Gij zult niet stelen. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken. Je kunt hiervan met veel uitleggers alleen maar zeggen, dat het gewoon twee voorbeelden zijn, die staan voor alle geboden. En dan diefstal als een overtreding van de tweede tafel der wet, een zonde tegen de naaste. En een valse eed, als een overtreding van de eerste tafel der wet, een zonde tegen God. Dat is zeker zo. Denk er maar aan hoe Paulus Deuteronomium citeerde: Want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles wat geschreven is in het boek der wet om dat te doen. Met elke overtreding van Gods geboden houd je de zegen verder van je af en haal je de vloek dichterbij.

Toch denk ik, dat er meer achter zit. En deze twee geboden niet toevallig worden genoemd. Want in welke omstandigheden verkeerde Israël toen Zacharia zijn visioenen kreeg? Had men niet pas 70 jaar in ballingschap vertoefd in Babel? Wel, hoe kun je ergens als vreemdeling aan de kost komen, als je geen grond hebt om veeteelt of landbouw op te bedrijven? Toch alleen maar via de handel. En stuit je vooral in de handel niet op de grenzen die deze twee geboden stellen? En nu ze in kleine groepjes uit de ballingschap waren teruggekeerd, viel alles nog zo tegen. Ook de eerste oogsten bijvoorbeeld. Er was nog aan van alles gebrek. Het leven was daardoor duur. Terwijl men toch het liefst zo snel mogelijk weer een goed gevestigd bestaan wilde hebben. Is dan de verleiding niet groot om op een oneerlijke manier en misbruik makend van de nood van de naaste voor jezelf grote winsten te maken? En stel je voor. Je gaat na zoveel jaren op zoek naar het erfgoed van je voorgeslacht. Je hebt het zelf nog nooit of alleen in je vroegste kinderjaren gezien. De zaak is verwaarloosd en bewoond door anderen, die er hun rechten op doen gelden. De grenspalen tussen de bezittingen van de diverse families zijn grotendeels verdwenen. Een kadaster is er eigenlijk niet. Officiële ambtelijke stukken zijn zoek. Wat zullen er een meningsverschillen geweest zijn over rechten op de grond. Wat zullen er stiekem paaltjes verzet zijn. Men kon wel naar de rechter lopen, maar die beschikte ook over onvoldoende bewijsstukken en kon hoogstens van beide partijen eisen, dat ze een eed op hun getuigenis zwoeren, dat wil zeggen, de vloek van God over zichzelf afriepen als ze logen en wat als de ene eed tegenover de andere stond? En zo bleek al gauw, dat er geen volmaakte mensen uit de ballingschap waren teruggekeerd. En er geen volmaakte samenleving van de grond kwam. Juist omdat de koek nog niet zo groot was, viel het niet mee om die eerlijk te verdelen.

En dan dreig je je geloof in Gods Woord te verliezen. Je geloof, dat de Here een nieuwe start met zijn volk zal maken. Waar is God nu? Helpt Hij wel? Is Hij wel bij machte om zijn vrederijk te vestigen? Is Hij zelfs wel bij machte om hier en nu onrecht en willekeur tegen te gaan? De een liet misschien teleurgesteld en ontmoedigd het onrecht van anderen over zich heen gaan. Toch niets tegen te doen. En de ander deed dat onrecht overmoedig met de gedachte: haal er uit wat er in zit, denk alleen maar aan je zelf en je eigen voordeel. Wie kan je wat maken? Maar het is allebei ongeloof. En daar gaat ons wonderlijk visioen tegen in. De Here zal het niet op zijn beloop laten. Maar krachtig ingrijpen. Dit is de vloek die uitgaat over het ganse land. Volgens deze wordt ieder die steelt, van dit ogenblik af weggevaagd en volgens deze wordt ieder die vals zweert, van dit ogenblik af weggevaagd.

Of "van dit ogenblik af" de juiste vertaling is van wat er oorspronkelijk staat is de vraag. Je zou ook kunnen lezen: ieder zal van deze plaats weggevaagd worden. Maar dat verandert niets aan de ernst van deze woorden. Ook voor ons. De Here komt nog steeds met zijn heerlijk Woord naar ons toe. Het evangelie, dat Hij ons de zonden wil vergeven en zalig wil maken. Hoorden we daar vooral niet van in het vierde visioen, waarin Jozua, de hogepriester, bekleed met vuile kleren, toch door de hemelse rechter werd vrijgesproken en daarna een reine tulband op zijn hoofd kreeg en een statiegewaad om zijn schouders? De Here komt ook nog steeds naar ons toe met zijn vernieuwende en reinigende Heilige Geest. Hoorden we daar vooral niet van in het vijfde visioen, waarin het ging over de kandelaar die door de olie wonderlijk aan het branden werd gehouden? Maar dan is het ook zaak, dat we ons door Woord en Geest van onze zonden laten bevrijden. Anders keert de zegen om in vloek. Een verlost volk is ook een geheiligd volk. Jezus verlost niet alleen van de schuld van de zonde, ook van de heerschappij van de zonde. Jezus wilde niet alleen voor ons sterven, Hij wil nu ook in ons leven. Hij wil in ons de barricades van de zonden meer en meer opruimen. Krijgt Hij daar de kans toe?

De handel neemt in onze maatschappij een grote plaats in. Ook in ons dorp. We kunnen tegen alle geboden aanlopen, over alle geboden heenlopen. Maar we komen door die economische achtergrond net als toen toch vooral het verbod van leugen en diefstal tegen. Spreken we altijd de waarheid? Al noemen we daarbij niet de naam van God, leggen we geen eed af, als we zelf de naam van christen dragen, zijn Gods naam en die van Christus er wel mee gemoeid. Anderen zien ons daar op aan. En ook als je nog nooit gestolen en geroofd heb, de catechismus zegt: God rekent ook als diefstal alle sluwe streken en listen, waardoor wij het bezit van onze naaste in handen trachten te krijgen, hetzij met geweld of schijn van recht of door het vervalsen van gewicht, maat, waar en munt, met woeker of door enige middel dat God verboden heeft. Hij verbiedt zowel alle gierigheid als alle misbruik en verkwisting van zijn gaven. En positief wil Hij met dit gebod, dat ik het belang van mijn naaste naar mijn vermogen bevorder en hem zo behandel als ik zelf behandeld zou willen worden. Bovendien dat ik mij trouw inspan om ook de behoeftigen te kunnen bijstaan.

Begeren we zó te leven? Zo de koek voor ons in deze tijd eerlijk te verdelen? Onder de indruk gekomen van Gods Woord? Denk niet, dat die boekrol wel boven ons blijft vliegen en de vloek in haar verwoord ons nooit treffen zal. Al is het misschien niet van dit ogenblik af, de Here voegt toch eens de daad bij zijn woord. Daadwerkelijk rechtverschaffend. Daadwerkelijk het puin van de zonde opruimend. Ik heb die doen uitgaan, luidt het woord van de Here der heerscharen. En hij komt tot het huis van de dief, en tot het huis van hem, die bij mijn naam vals zweert. En hij overnacht in zijn huis en vernietigt het, zowel zijn houtwerk als zijn stenen.

Gestolen goed gedijt dus niet. Je kon als pas uit de ballingschap teruggekeerde israëliet wel denken: ik moet zo snel mogelijk goede grond en goed geld hebben om een fraai huis neer te zetten, hoe, dat neem ik even niet zo nauw, maar wat had je er aan, als de vloek van God in dat huis komt, er in huis houdt. Als bijvoorbeeld je gezondheid je wordt afgenomen. Als een natuurramp je treft. Als een slecht geweten je zenuwen aantast. En zo is het nog. Nee, begrijp me goed, niet elke tegenslag is zonder meer een vloek van God. Maar een leven van ongehoorzaamheid aan Gods geboden, daar rust geen zegen op. En dat wordt soms gevoelig ervaren. Ach, in wezen vermolmt en verpulvert Gods vloek, Gods oordeel over de zonden, alles wat we als zondige mensen hebben opgebouwd. Vroeg of laat. Niets en niemand ontspringt die dans. Onze tekst heeft het immers over het ganse land en over ieder die. Ieder die steelt en ieder die valst zweert. En daar horen we gezien de uitleg van de Catechismus allemaal bij.

Maar mochten we dan door schuldbesef verslagen denken: die vloek gaat ook naar mij uit, ach, vergeet dan niet, dat er een kruis op aarde stond. Het kruis van Golgotha, waaraan de Here Jezus de vloek voor ons droeg. De vloek vanwege de overtreding van al Gods geboden, inclusief die over meineed en diefstal. Paulus zegt het zo: Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder die aan het hout hangt. De vliegende boekrol is op Hem geland, heeft via Hem voet aan de wal van deze wereld kregen. De rijke beloften en zegeningen, die er in staan, gingen bij Hem in vervulling. Maar ook de bedreigingen en oordelen werden bij Hem helemaal waar, bij zijn plaats bekledend lijden en sterven aan het kruis. Gods vloek vaagde Hem weg. En ieder, die aan de voet van dat kruis neerknielt en in geloof belijdt: mijn Verlosser hangt aan het kruis, die mag ook weten: van de vloek maakt Hij mij vrij en zijn sterven zaligt mij. Wat een zegen. Wat een vreugde. Wat een pak, een zondenpak van je hart. Heerlijk evangelie, dat ontrold in de preek, zo maar op ons komt aangevlogen. Ook vanmorgen. De blijde boodschap van het genadig passeren van Gods vloek over onze zonden om Jezus' wil. Dus de blijde boodschap van Gods vergeving om Jezus' wil.

En zo is het puin geruimd en de weg gebaand voor het Koninkrijk van God. Voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid zal wonen. Waar geen leugen en bedrog, geen inhaligheid en hebzucht meer zal zijn. Waar de oneindig grote koek eerlijk verdeeld zal worden. Waar ieder zijn eigen erfdeel voor eeuwig van de Here zal ontvangen. Waar ieder in vrede met zijn naaste zal verkeren onder de wijnstok en de vijgenboom. In een land dat eeuwig zal vloeien van melk en honing. Daar gaat het naar toe. Naar die heerlijke heilstijd. Je kunt wat ongelovig je schouders ophalen over wat Gods woord aankondigt aan zegen voor wie de Here dient en zijn geboden volbrengt, aan vloek voor wie in de overtreding van Gods geboden volhardt zonder achter het verzoenend werk van de Here Jezus te schuilen en zich te bekeren. En dat leidt al gauw tot moedeloosheid als je onrecht ondergaat. En tot overmoed als je onrecht doet. Ach, het wordt toch niet gecorrigeerd. Ho, zegt ons visioen. Verkijk je daar niet op. God zal zijn Woord waar maken. Dan zullen de lijders van onrecht aan hun recht komen onder Gods zegen. Dan zullen de daders van onrecht te recht gesteld worden onder Gods vloek. Dan zal alles recht gezet worden. Zal alles te recht komen. De aarde wordt dan van alle zondaars rein, en de goddelozen zullen niet meer zijn. En Gods kinderen zullen in volmaakte reinheid en heerlijkheid juichen voor Gods troon. Zorg, dat je er bij komt. En: Loof, halleluja, loof, mijn ziel, den Here, want alles in allen zal Hij triomferen.

Amen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij over de weg die eeuwig is.
Psalm 139 : 23 en 24