Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Filadelfia

Filadelfia


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen? ja

Voor 't laatst gehouden op 9 september 2007 te Hattem

Aan de gemeente van Filadelfia

Gemeente des Heren,

Bij Filadelfia denk je gelijk aan één van de grootste steden in de Verenigde Staten. Maar haar stichter, de Quaker William Penn, noemde haar naar een stad uit de bijbel, die maar niet groot kón worden. Filadelfia in Klein-Azië, het huidige Turkije. Steeds als die plaats een béétje is gegroeid, maakt een aardbeving haar met de grond gelijk en kan men van voren af aan beginnen. Daardoor blijft ze onbeduidend. Met wat handel en wijnbouw houdt men er zich in leven.

Zij is wél het eerste koopcentrum voor alle bewoners van het uitgestrekte platteland ten óósten van de stad. En zo een ontmoetingsplaats tussen de westkust van Klein-Azië, dat bij de Griekse beschaving hoort, en de achtergebleven, barbaarse, primitieve oostelijke provincies. Men hoopt dat Filadelfia een toegangspoort kan zijn, een geopende deur, waardoor de Griekse taal en zeden en ook de Griekse gódsdienst zich over dat platteland gaat verbreiden. De stad wórdt ook een open deur. Maar, voor heel iets anders! Voor het evangelie van de Here Jezus Christus. De christelijke gemeente daar blijkt namelijk véél zendingsijver en wervingskracht te bezitten.

Lees je de zeven brieven aan het begin van Openbaring, dan kom je tot de beschamende ontdekking, dat zo kort na het Pinksterfeest en de uitstorting van de Heilige Geest er nog maar één kerk echt zéndingskerk is, maar één gemeente ernst maakt met haar roeping deuren te openen naar de wereld toe. Die van Filadelfia. De andere hebben genoeg aan zichzelf. Die zijn vooral défensief bezig tegenover het jodendom en het heidendom, dat, óf door openlijke vervolging, óf door stiekeme infiltratie, hen willen overmeesteren.

Maar Filadelfia is in het óffensief. De beste verdediging is de aanval. Blijmoedig en vrijmoedig vertelt men tegen alle druk in van Jezus. En daar worden ze om geprézen en in bemóedigd. Het is de meest pósitieve van de brieven. Ik hoop, dat het lezen van deze brief vanmorgen ons er óók toe brengt, dat we zendelingen van Jezus worden. Want we hebben allemaal ons achterland, waar naartoe we deuren kunnen openen voor het reddend evangelie. Ons gezin, onze familie, onze kennissenkring, onze collega's. De wijk, die we als ouderling hebben. De mensen die we via diaconaat en evangelisatiewerk kunnen bereiken. De jongeren, die we via het jeugdwerk kunnen bereiken. Er zijn veel méér deuren dan wíj denken.

De afzender is van alle brieven dezelfde, de opgestane Here in de hemel, maar steeds stelt Hij zich voor met andere namen. In onze brief noemt Hij zich allereerst de Heilige. Dit zegt de Heilige. Een naam, die in het bijzonder God de Váder draagt. De heilige Israëls. Maar die hier dus ook de Zóón heeft. Vader en Zoon zijn één, ook één in heiligheid. Wat betekent, dat ze geen kwaad verdragen, ze een oprecht en liefdevol leven vragen. Het klinkt ook tot óns nét als tot het oude Israël. Wees heilig, want Ik ben heilig. En heilig betekent eigenlijk: apart, anders. Als het goed is zijn we als gemeente van de Heilige anders. In reinheid, liefde, hulpvaardigheid. Is het aan ons te zíen: kijk, de God die zíj dienen, is de Heilige, want hun léven is heilig. Zo niet, verwacht dán maar géén geopende deur voor het evangelie. Er gaat pas werfkracht van ons uit, als de weerschijn van Gods heiligheid van ons afstraalt. En wat zijn we daar soms nog ver vandaan. Belijden we onze onheiligheid en zoeken we onze heiligheid?

Maar dat Christus de Heilige is betekent ook, dat Hij zijn gemeente heeft geheiligd, dus apart heeft gezet, en haar zijn speciale zorg en trouw geeft. Haar met geweldige inzet, ja met heilige toorn beschermt tegen elke vijand. Brandt je handen niet aan de gemeente van Christus. Hij is als een vurige muur rondom zijn volk. Is dat geen troost voor ons? Geeft dat geen veilig gevoel in die grote moderne wereld, waarin zóveel kwaad op ons afkomt, beschaafd kwaad, barbaars kwaad? Dit zegt de Heilige.

De Waarachtige. Zijn tweede Naam. De betrouwbare. Op Hem kan je aan. Hij laat je níet in de steek. Andere goden en machten wél. Andere mensen, die zich als wereldredder opwerpen, maar als valse redder door de mand vallen, wél. Maar Híj is de Waarachtige. En daarom is zijn evangelie óók waarachtig. Alle reden om op dat evangelie te vertrouwen en het ook vrijmoedig aan anderen te vertellen.

De derde naam luidt: die de sleutel van David heeft. We lezen in Jesaja 22 hoe de Here zelf bij monde van zijn profeet een nieuw hoofd van de hofhouding in Jeruzalem aanwijst: Eljakim. Hij zal over heel het koninklijk hof de baas zijn. Een machtige en eervolle positie. Zo iemand heeft toegang tot de schatkamers. Bepaalt wie er tot het paleis wordt toegelaten, door de koning wordt ontvangen. Neemt belangrijke beslissingen. Op de koning na is hij de máchtigste van het land. En, zegt God van hem, Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen en hij zal opendoen en niemand zal sluiten en hij zal sluiten en niemand zal opendoen. Hij is de sleutelfiguur aan het hof van Davids koninklijk geslacht. En kijk, zo is Jezus, de grote Zoon van David, de sleuteldrager van het hof der hoven. De machtigste en eervolste hoogwaardigheidsbekleder in het Koninkrijk van God. Zo is Jezus onze sleutelfiguur als het gaat om onze eeuwige toegang tot de Vader. En de énige. Niemand anders heeft nóg een sleutel van de hemeldeur op zak. Hij opent en niemand sluit. Hij sluit en niemand opent. Niemand. Mohammed niet. En de paus niet, al beweert die Gods sleuteldrager op aarde te zijn. En de zware dominee niet, die de deur angstvallig dicht drukt, ook niet de lichte, die hem heel wijd open zet. Alleen Chrístus is de weg, de waarheid en het leven, de échte weg naar het eeuwige leven. Daarom is het zo belangrijk om met Hém in je hart, het centrum van je denken, willen, voelen, te leven. En ook om Hém te verkondigen in de kerk en op de zendingsvelden. Hém centraal te stellen. En áls dat gebeurt, zorgt Hij er zélf voor, dat mensen door zo'n verkondiging gered worden. Zie, ik heb een geopende deur voor uw aangezicht gegeven, die niemand kan sluiten.

Wat zuchten we soms, ook als jeugdouderling, wijkouderling, lid van de evangelisatiecommissie, dominee, noem maar op: had ik maar een sleutel, die op het slot van de harten der mensen past. Jonge en oude mensen. Eenvoudige en geleerde mensen. Je zoekt naar wegen om de deuren van de harten open te krijgen, maar vindt ze niet. Hoe krijg je toegang tot de moderne heiden van West-Europa? Sta je niet voor een potdichte deur? Misschien moeten we wel zeggen, dat de deur van ons eigen hart óók nog wel eens op slot zit. Maar gelukkig: wat wíj niet kunnen, dat wordt gegéven.

Zie, ik heb gegeven, voor uw aangezicht, een geopende deur. De Here zelf neemt alle wantrouwen tegen zijn woord, alle weerstand en haat, alle onkunde en onbegrip weg. De Here zelf opent dichte harten. En zonder dat Hij daarbij spectaculaire middelen gebruikt, maar door de eenvoudige trouw van een kleine en zwakke gemeente. Ik weet uw werken. Gij hebt kleine kracht.

De gemeente van Filadelfia blinkt nergens in uit. Ze heeft geen geestelijke krachtpatsers in haar midden of grote redenaars. Ze is klein tegenover een numerieke overmacht van heidenen. Klein tegenover de sterke invloed van de Griekse wijsbegeerte en cultuur. Klein tegenover de heidense zedeloze tempelfeesten, waarbij de hele bevolking uit de band springt. Nee, grootse dingen zie je van haar niet. Maar aan het ene nódige hebben ze in alle eenvoud vastgehouden: Jullie hebben mijn woord bewaard en mijn Naam niet verloochend. Ze blijven te midden van die overmacht aan het evangelie trouw. Ze laten zich niet intimideren, wijken geen centimeter van hun geloof af en verzwijgen hun overtuiging niet. En dat wordt in hun kleine kracht hun gróte kracht. Dat gebruikt de Here om dichte deuren open te breken.

Toen één van de eerste zendelingen naar China ging werd hem gevraagd of hij dacht een grote indruk te zullen maken op dat immens grote volk met een eeuwenoude cultuur. Hij zei: ik niet, maar God wel. En zo is het! Ook vandaag nog. We hebben als christelijke gemeente maar weinig kracht en invloed meer in de huidige samenleving, die ontkerstend is geraakt. We tellen niet meer mee. Geloven mag hoogstens nog een privézaak zijn. Je wordt door humanisme, door onchristelijke politieke stromingen en wereldbeschouwingen, door modern heidendom overspoeld. Je voelt je er machteloos onder. En toch, de Here geeft ons ook nog in zúlke omstandigheden een open deur. Als we ons niet door de brede stroom mee laten sleuren, ons in denken en doen niet aan de grote massa aanpassen, maar we Gods Woord bewaren, er trouw aan blijven. Juist van dat standvastig blijven, gaat een wervende kracht uit, juist daardoor gaan deuren open en niet als we van Gods Woord een slap aftreksel maken, dat er bij de moderne mens wat makkelijk in zou gaat. Laten we zó de naam van Christus niet verloochenen, maar er eerlijk voor uit durven komen. Het mag best, ja het moet juist in deze tijd des te meer: in woord en daad je geloof zichtbaar en hoorbaar maken. Misschien zegt u: wat zou ík nou, eenvoudig mensje, niet zo hoog ontwikkeld, niet zo vlot van de tongriem gesneden. Ik ben van geen betekenis. Gebruik die kleine kracht van u tóch maar door eenvoudig aan Gods Woord trouw te blijven en de naam van Christus niet te verloochenen. Wees zo toch maar een kleine simpele zendeling en zendelinge op je eigen kleine levensterreintje. De Here opent er deuren mee.

Hij krijgt er zelfs de grootste vijand mee onder de knie. Dat belooft Hij ook aan de gemeente van Filadelfia. Zie, Ik geef sommigen uit de synagoge van de satan, van hen die zeggen, dat ze joden zijn, en het niet zijn, maar liegen. Zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen en zich neerwerpen voor uw voeten en erkennen, dat ik u heb liefgehad. De felste haters en vervolgers van de christenen daar zijn Joden. Met de ene gemene daad na de andere maken ze hen het leven zuur, daarmee bewijzend, dat hun synagoge geen synagoge van de Hére is, maar van de satan, daarmee bewijzend, dat zij, hoewel er zuiver joods bloed door hun aderen stroomt, waar ze trots op zijn, gééstelijk in ieder geval géén Joden zijn. Ja, wij kunnen diep zinken, vooral wanneer het vuur van haat en fanatisme in ons gaat branden. Dan kunnen we dénken, dat we Gód behagen en intussen doen we werk voor de sátan. Denk maar aan de terreuraanslagen van extremistische moslims. Ze dénken Allah te dienen en ze dienen zo de duivel. Maar ook christenen zijn er niet te goed voor om in naam van God misdaden te plegen. We hoeven alleen maar aan de kruistochten te denken. Waak en bid er steeds voor dat de Here er ons voor bewaren wil, dat we door haat en dweperij zó verblind worden. Ook de Here is hierin het beste adres. Dat blijkt uit het vervolg.

Hij zegt toe, dat sommige van die felle joodse tegenstanders bekeerd zullen worden. Ze zullen hun dwaling inzien, berouw krijgen, zich bekeren en zich bij de christelijke gemeente aansluiten, nederig belijdend, dat de Here die gemeente liefheeft. Het wordt de omgekeerde wereld: Joden komen tot heidenen en zeggen: we zien, dat de Here met u is. Die rijke belofte van God wacht er trouwens nog op om helemáál in vervulling te gaan. Dat Gods verkoren volk jaloers op ons wordt en het heil ook zoekt bij hun en onze Messias, Jezus Christus. En wat een troost in het algemeen voor ons, de christelijke gemeente: de Here, de machtige Koning der kerk kan zijn felste tegenstanders voor zich winnen, kan er voor zorgen, dat de grootste haters Hem het meeste lief gaan krijgen. Er kan een deur open gaan bij wie we het nooit verwachten. Openlijke spotters met God en zijn gebod krijgt de Here op de knieën, maar ook blinde godsdienstige fanatici. Dáártoe is Hem alle macht gegeven in hemel en op aarde. Evangelisatie en zendingswerk, maar vooral ook een eenvoudig christelijk leven, waar een stil, maar duidelijk getuigenis van uit gaat, het is nooit vergeefs. Het brengt mensen uit het kamp van de satan in het kamp van de Here. Er zijn voorbeelden genoeg van bekend. Krachtdadige bekeringen. Misschien zegt u het van u zelf: ik leefde vroeger maar raak, trok me van de mensen weinig en van God niets aan. Ik heb jarenlang de kerk van binnen niet gezien. Maar de Here heeft me bij de kraag gegrepen. Ach, iedere bekering is een even groot en machtig werk van de Here, of het nu een spectaculaire en opvallende gebeurtenis is of een geleidelijk en minder opvallend proces. Het is even geweldig: er wordt een hater van God en zijn volk tot een vriend gemaakt. Denk eens aan Paulus. Eerst ook een felle joodse vervolger van de gemeente. Maar de Here krijgt hem klein en maakt hem tot de grootste apostel.

Aan hem zien we trouwens ook duidelijk, dat zo'n bekering een werk van de Here is. En niet van mensen. Wordt er iemand aan de gemeente toegevoegd, dan is dat geen verdíenste van de gemeente, maar geschénk aan de gemeente. Zie, ik heb u een geopende deur gegéven. Zie, Ik gééf sommigen uit de synagoge van de satan. Ik zal máken, dat ze zullen komen. Het zendingswerk is missio Déi, zendingswerk van Gód. De gemeente wordt alleen in deze ijver en vaart van God meegenomen en gebruikt.

En het is de haast en vaart, waarmee de Here naar de eindtijd toewerkt, naar de grote oogst. Zendingswerk staat onder de spanning van het naderend einde der tijden. Die spanning is ook duidelijk voelbaar in de rest van deze brief. Want wat schrijft Christus verder aan zijn gemeente in Filadelfia? Omdat jullie het bevel bewaard hebt om mij te blijven verwachten, zal ook Ik jullie bewaren voor het uur van de verzoeking die over de hele wereld komen zal om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. De gemeente heeft aan Christus' oproep om het in druk en vervolging vol te houden en met verwachting naar zijn tweede komst uit te zien, gevolg gegeven. Daarom zal de Here zijn gemeente bewaren als bij het naderen van het einde der tijden de strijd der geesten zich toespitst, de satan heftiger te keer gaat, omdat hij weet nog maar weinig tijd te hebben, als wereldschokkende rampen er op wijzen, dat de gedaante van deze wereld aan verdwijning toe is. Er komen zware tijden. Tijden waarin het leven ernstig bedreigd wordt. Waarin het geloof zwaar op de proef wordt gesteld. Waarin de gemeente van alle kanten wordt belaagd. Wereldwijd zullen de tekenen van het naderend einde op indrukwekkende wijze te zien en te horen zijn. De antichrist zal proberen ieder zijn wil op te leggen en geen vrijheid van denken en geloven dulden. Heel het boek Openbaring gaat daar ook over. Maar de Here zal er voor zorgen dat zijn gemeente het uit kan houden en het vol kan houden. Hoort u de woordspeling? Omdat gij het bevel, eigenlijk staat er: het woord, bewáárd hebt, zal Ik ook u bewáren voor het uur van de verzoeking. Wie het woord van God bewaart, wordt door de Gód van het Woord bewaard.

Openbaring, het laatste bijbelboek, gaat over de laatste dingen. Het wijst er ook óns op, dat de voetstappen van Christus dichterbij komen. Bidden we van harte: Uw Koninkrijk kome? Maranatha, kom Here Jezus? Dat is nogal wat! We horen van oorlogen. Het is toch nog oorlog in Irak, Afghanistan, Darfur? Het Middenoosten? Een teken des tijds. We horen van aardbevingen, wervelstormen, andere natuurrampen. Een teken des tijds. We horen van vervolging, verdrukking, vluchtelingen. Een teken des tijds. We horen soms van massale hongersnood. Van massaal om zich heen grijpende ziektes. Aids. Een teken des tijds. We zien afval van het geloof om ons heen, soms heel dicht bij, van eigen kinderen, en verkilling van de liefde, onverschillig langs elkaar heen leven, soms ook heel dichtbij. Een teken des tijds. We horen hoe valse profeten optreden. De scientology kerk, die men in België wil vervolgen om afpersing, oplichting en onwettige uitoefening van de geneeskunde. Een teken des tijds. Realiseren we ons, dat het grote uur van de verzoeking ook voor ons dichtbij kan zijn? Vragen we ons af, of we dan in het geloof zullen volharden, wetend hoe zwak we uit ons zelf zijn? Beseffen we welke chaotische toestanden de eindstrijd tussen Christus en de boze te weeg zal brengen? Steek niet de kop in het zand. Christus zelf schrijft aan zijn gemeente open en eerlijk over het uur van de verzoeking.

Maar aan de andere kant bemoedigt Hij met de belofte, dat de gemeente, die trouw blijft aan het Woord en Hem met volharding blijft verwachten, bewaard wordt. De beste verzekering voor een onzekere en dreigende toekomst is te leven bij Gods Woord. Dat Woord in je hart dragen en met je mond en handen uitdragen, ondanks alles, wat je daarvan af wil houden, is de beste garantie, dat de Here je zal bewaren.

En Hij troost ons met de belofte, dat de tijd van de grote verdrukking en verzoeking, niet lang zal duren. Zie, Ik kom haastig. Houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. De finish is in zicht. Houd vol, opdat de lauwerkrans van de overwinning niet net aan je voorbij gaat. Houd vol, opdat je straks de eerkroon zal dragen. Het duurt nog maar even, want ik maak haast.

En die overwint, die het tot het laatste toe uithoudt, Ik zal hem maken tot een zuil in de tempel van mijn God. Het is maar een beeld om de eeuwige heerlijkheid mee aan te geven, zoals Openbaring vol staat van zulke beelden. Hoe het dan echt zal zijn, kunnen wij ons niet voorstellen. Maar deze beelden zijn wel van de Here zélf afkomstig. We mogen ze serieus nemen. Een zuil, een pilaar, is teken van standvastigheid. Die gemeente, die kleine kracht heeft, maar in de donkere laatste dagen stand houdt, die zal voor eeuwig een vaste plaats in de hemel hebben. In de tempel van God, bij God thuis. Ze zullen een onmisbaar bestanddeel vormen van het eeuwig Vaderhuis, ja dat huis zal ondenkbaar zijn zonder hen zoals een tempel ondenkbaar is zonder de zuilen, waar het dak op rust.

En om het te onderstrepen, wordt er bij geschreven: en hij zal niet meer daaruit gaan. Ja, de Here zal die heerlijke, eeuwige heilszekerheid met zijn handtekening bekrachtigen. En Ik zal op hem schrijven de Naam van mijn God en de naam van de stad van mijn God, namelijk van het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel neerdaalt van mijn God, en Mijn nieuwe naam. Keizers en machthebbers lieten vroeger hun namen beitelen in zuilen van heidense tempels om de afgoden te eren, maar ook zichzelf. Stadsbesturen deden het zelfde met de naam van hun stad. Aan dit gebruik herinnert dit beeld. De gemeente zal voor eeuwig het waarmerk dragen, dat zij bij God de Vader hoort, en bij het nieuwe Jeruzalem, en bij Christus, die dan een nieuwe Naam zal hebben, dat betekent nieuwe heerlijkheid en macht, dan pas ten volle en voor ieder zichtbaar. Wat een heerlijk visioen voor Gods volk. Wat kan een kind van God daarnaar verlangen. Nog even. Nog even door het uur van de verzoeking heen en het is zover.

Ik kom met haast, roept Jezus' stem.
Hij heeft de dood verslagen.
Nu zal al wie gelooft in Hem
de kroon des levens dragen.
Wijk niet van Hem.
Hoor naar zijn stem.
Reeds wenken ons van boven
de scharen, die Hem loven.

Ik kom met haast, Ik kom! Houd vast
wat Ik u heb gegeven.
Er blijft bij alle aardse last
een open deur ten leven.
Werp van u af
wat Ik niet gaf.
Blijf u standvastig scharen
bij wie mijn woord bewaren.

Ik kom met haast, houd wat gij hebt,
nog is de worstling gaande.
Ik ben het uit wie gij krachten schept,
houd in de strijd u staande.
Zie op naar Mij.
Ik blijf nabij.
Ik houd u vast in het lijden.
Niets zal u van Mij scheiden.
Amen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij over de weg die eeuwig is.
Psalm 139 : 23 en 24