Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen? ja

Daniël 7 : 1 - 28

Visioen van Hemelvaart

De hemelvaart van Jezus.

Gemeente des Heren,

het moet voor zijn discipelen een wonderlijk gezicht zijn geweest. Maar, vreemd, een enkele eeuw daarvoor was het voor iemand anders ook al een wonderlijk gezicht. Wel een ander gezicht, een droomgezicht. Maar zeker zo indrukwekkend. Daniël zag het al in een visioen. En hij mocht onder zijn tijdgenoten ook al vertellen van het grote nut en de rijke troost van Jezus' hemelvaart. Wonderlijke wegen van de Here. Bij wie duizend jaren zijn als één dag. Die van het begin af het einde verkondigt en vanouds wat nog niet geschied is. Zijn verlossende daden werpen hun licht vóóruit en àchteruit in de geschiedenis. Hij troost zijn volk met wat gebeurd ís, maar ook met wat nog gebeuren zàl.

Als Israël in nood verkeert, als zijn verkoren volk tussen de brute wereldmachten fijn geknepen dreigt te worden, bemoedigt de Here het via Daniël alvast met het heerlijke heilsfeit van de hemelvaart en alles, wat ermee samenhangt. Het is geen andere en mindere bemoediging als die wij uit het bericht van de hemelvaart mogen putten. Zíj, die er op vooruít mogen zien en wíj, die er op terúg mogen zien, ontvangen in wezen hetzelfde. Gods Woord is inderdaad eeuwig, voor àlle tijden.

Maar niet tijdlóós. Het blijft niet in de lucht hangen en klinkt niet over onze hoofden heen. Al gaat het over een hemelvaart. Die boodschap begint juist dicht bij ons. Laag bij de grond. Midden in de stormen van de wereldgeschiedenis. De stormen, die zich ook op onze persoonlijke levensscheepjes kunnen storten.

Daniël ziet in een visioen, hoe de winden uit alle vier de richtingen losbreken en de grote zee in hevige beroering brengen. Het is bedreigend. Het maakt je angstig. Die gierende stormen. Die huizenhoge golven. Op een oneindige oceaan. Het is het beeld van de onrustige golfbewegingen tussen de volken in de loop van de wereldgeschiedenis. Van de levensbedreigende en angstaanjagende botsingen tussen de machten. Het lijkt of de chaos heerst. En wij mensen daarin een nietige speelbal zijn. We hebben in dat grote geweld niets in te brengen. Wat betekent Israël tegenover Babel? Wat betekenen wij tegenover Amerika nu, Rusland niet meer, maar mogelijk wel China straks. En wat spelen politieke en economische machten hun spel met ons, terwijl wij er ons machteloos aan moeten overgeven. Je loopt steeds gevaar onder het woeden van de machten te bezwijken. Eén afgedwaalde atoombom, juist uit dat ingezakte en daardoor onbetrouwbare Rusland, en het is met ons gedaan. Wie kan de zee temmen, de stormen stillen? Wie kan de grootmachten de baas?

Tot overmaat van ramp ziet Daniël vier afschrikwekkende dieren uit die zee opklimmen. Dieren zijn vaak symbool van naties. Denk maar aan de Nederlandse leeuw, de Russische beer, de Duitse adelaar. Dan wordt gezinspeeld op de kracht en fierheid van die dieren. Maar de bijbel wijst vooral op hun minder fraaie eigenschappen. Daniël ziet zo het ene na het andere wereldrijk opduiken in de geschiedenis.

Het eerste dier is als een leeuw met adelaarsvleugels. Het gaat dus om een macht, net zo snel in roof als de leeuw en de adelaar. Het overvalt zijn prooi bij verrassing in een oogwenk. Maar het wordt zelf ook gehavend. Want zijn vleugels worden uitgerukt. En hij wordt op zijn voeten gezet als een mens en hem wordt een mensenhart gegeven. Uitleggers denken, dat hiermee het rijk van Babel wordt bedoeld. En Nebukadnezar, die na zijn grootspraak waanzinnig wordt, zich als een dier gedraagt, maar wiens menselijkheid later weer terugkeert. Oudheidkundigen zijn bij de opgravingen van Babel ook afbeeldingen van gevleugelde leeuwen tegengekomen.

Het tweede dier is een beer. Die wordt in al zijn brute agressiviteit en vraatzucht getekend. Hij richt zich aan één zijde op, wat kan betekenen, dat het op zijn achterpoten gaat staan om te imponeren of als telganger in de starthouding gaat staan om op zijn prooi af te rennen. Hij heeft nog drie ribben van zijn vorige prooi in zijn muil en men zegt tegen hem: sta op, eet veel vlees. Het is mogelijk het rijk van de Meden en Perzen.

Het derde dier is een panter gelijk. Met vier vleugels op zijn rug en vier koppen. Een panter valt op door zijn snelheid. Men denkt aan Alexander de Grote, die in verbazingwekkende snelheid onmetelijke gebieden veroverde, maar wiens rijk na zijn vroege dood in vier delen uiteen viel.

Maar het vierde beest spant de kroon. Daniël weet het niet eens met een bestaand dier te vergelijken. Het is vreselijk, schrikwekkend en geweldig sterk. Het heeft grote ijzeren tanden, waarmee het alles vermaalt en wat nog overblijft vertrapt het met zijn poten. Zijn klauwen zijn van koper. Van de hoorns op zijn kop - een hoorn is teken van macht - vertelt Daniël wonderlijke dingen. Het zijn er eerst tien. Later groeit er een andere, kleine tussen en daardoor worden er drie van de eerste uitgerukt. De fantasieën van de uitleggers hebben hier vrij spel. De een denkt aan de macht van de Seleuciden, een van de vier families, die het rijk van Alexander de Grote onder elkaar verdeeld hebben. Palestina kwam onder hun heerschappij en Israël heeft het zwaar onder hen te verduren gehad. Met smokkelen telt men tien vorsten, die in dat rijk regeerden. De kleine hoorn zou dan Antiochus Epifanes zijn, die in de tijd tussen het oude en nieuwe testament een waar schrikbewind in Israël voerde. Anderen denken aan het Romeinse Rijk, dat later in diverse kleine staatjes uiteen viel. Weer anderen zien in het laatste en verschrikkelijkste beest een beeld van de Antichrist, de grote wereldheerser tegen het eind der tijden, die zich rechtstreeks tegen God keert. Hoe dan ook, ík geloof, dat deze boodschap van God via Daniël zich aan de ene kant concreet richt op de gelovigen van die tijd, die deze symbolische taal ook veel beter verstaan moeten hebben dan wij, maar dat het aan de andere kant een boodschap is voor álle tijden, ook voor óns. Het gaat over de kern van de zaken. Over wat zich in wezen steeds herhaalt. Over wat zich nu eens in de ene, dan weer in de andere vorm afspeelt op het toneel van de wereldgeschiedenis. Dat machten zich groot en breed maken. Rijken zich kenmerken door afschuwelijke moordzucht en roofzucht. Staten zich agressief en gewelddadig gedragen. Met slachtoffers in hun klauwen, onder hun voeten, tussen hun kaken. Veel vlees etend, mensenvlees, dat kanonnenvlees is.

Ze zijn verschillend. Gebruiken verschillende symbolen, slogans, ideologieën, en machtsmiddelen. Van uiterst rechts tot uiterst links. Ze ageren openlijk of slinks. Maar het komt in wezen op hetzelfde neer. Ook in de grootspraak, de gezwollen taal, de dure ideologische, semireligieuze termen. De felle leuzen en opgeklopte propaganda.

En hoe later het wordt in de wereldgeschiedenis, hoe scherper zich het toespitst, inderdaad tot de laatste macht toe, die er groter uitziet dan de anderen. Die de hele aarde zal verslinden, vertreden, vermorzelen, de Antichrist. En een van de belangrijkste kenmerken van deze wereldrijken is, dat ze met de hoorn van hun macht strijd voeren tegen de heiligen. Gods ware kerk op aarde. Tegen hen zal zich een steeds verder gaande onverdraagzaamheid en vervolging ontwikkelen. Ze zullen steeds verder naar de rand van de samenleving worden verdrongen. Steeds meer terecht komen in de hoek, waar de klappen vallen. En het schijnbaar ook helemaal verliezen. Zoals Israël onder de macht van Babel daar al een pittig voorproefje van kreeg. En later, terug in eigen land, helemaal onder Antiochus Epifanes, die alle joodse wetten en gebruiken met geweld uit de wereld probeerde te helpen om de Griekse godsdienst en cultuur in Palestina te vestigen. Dat is ook kenmerkend. Steeds weer zullen de heiligen van de Allerhoogste, Gods kinderen, verstoord worden. Gods tijden, de feestdagen, Gods wetten, ze zullen hun worden afgenomen. En de wereldheersers zullen andere tijden en wetten invoeren, met geweld. Politieke feestdagen. Humanistische wetten, gegrond op onbijbelse ethische principes. Dat is al dicht bij huis. Ook wat techniek en industrie doen met de grondstoffen van deze aarde, zal tot meerdere macht en glorie van de wereldheersers worden gebruikt. Daniël heeft het immers over ijzeren tanden en koperen klauwen. Voeg daar maar olie en uranium aan toe. Dat is dan ook al dicht bij huis.

Zo speelt zich volgens de bijbel op het het toneel van de wereldgeschiedenis een gruwelijk drama af. Een tragedie. Vooral voor Gods kinderen. En het is inderdaad de harde werkelijkheid. De geschiedenis van de volken is met bloed en tranen geschreven. Elke dag lezen we in de krant staaltjes, die het gelijk van dit verschrikkelijke visioen aantonen. Ook dicht bij huis. In Europa. Dank aan de verschrikkingen in de Balkan. Eerst in Bosnië, later ook in Kosovo. Laten we toch eerlijk inzien en belijden, dat we als mensen zó diep gezonken zijn. Dat alles ten diepste bepaald wordt door bruut geweld, verslindende roofzucht, vijandschap tegen God en zijn volk.

Maar gelukkig ziet Daniël dat niet als enige. Hij ziet ook dat er tronen opgesteld worden. En dat de Oude van dagen zich neerzet. Ongetwijfeld is dat God zelf en wordt zo van Hem verteld, dat Hij eeuwig is, maar ook eerbiedwaardig en wijs. Want eerbiedwaardigheid en wijsheid horen vooral bij ouderen, al willen we dat in deze tijd niet meer zo aannemen. Het is ook te zien aan het haar van zijn hoofd, blank als wol. En zijn kleed is wit als sneeuw. Dat wijst behalve op zijn verhevenheid ook op zijn heiligheid. Zijn troon bestaat uit vuurvlammen. Ook de raderen, een soort wielen onder de troon, zijn een laaiend vuur. En een stroom van vuur vloeit voor Hem uit. Waar de Here verschijnt is in de bijbel altijd van een compleet vuurwerk sprake. Onze God is een verterend vuur. De zondaar zal zich aan zijn heiligheid branden. Zijn vijanden zullen voor zijn hitte versmelten. Het is geen kinderspel om de Here los te laten en eigen wegen te gaan. Dat is spelen met vuur. Dat wordt tegenwoordig te weinig beseft. En ontelbare engelen staan dienend voor God en Zijn troon.

Maar als God zich dan op de troon zet om Zijn macht uit te oefenen en recht te spreken, om de boeken van de wereldgeschiedenis te openen en alle kwade machten te verdelgen, dan ziet Daniël ineens iets heel nieuws in zijn visioen. Er komt iemand met de wolken des hemels gelijk als eens mensen zoon. Hij begeeft zich tot de Oude van dagen. Men leidt Hem voor deze. En Hem wordt heerschappij gegeven, eer, koninklijke macht, zó dat alle volken, natiën en talen Hem dienen. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en Zijn koningschap is onverderfelijk.

Kijk, dat is de hemelvaart van Christus, de zoon des mensen, zoals Daniël dat in zijn visioen mocht zien. Jezus zelf wees daar ook op toen hij door de hogepriester werd verhoord. Die vroeg hem: Ik bezweer u bij de levende God, dat Gij ons zegt of Gij zijt de Christus, de Zoon van God. En Jezus antwoordde: Gij zegt het. Van nu aan zult gij de zoon des mensen zien, zittende ter rechterhand van de kracht Gods en komende op de wolken des hemels. En wat is die hemelvaart voor Gods kinderen zo van rijke betekenis.

Het wil in de eerste plaats dit zeggen: als hier op aarde de brute machten alle wegen afsnijden voor ons gelovigen, als zij ons het leven onmogelijk maken en we als martelaars om het geloof moeten vallen, dan is er altijd een weg omhoog achter de zoon des mensen aan, die ook als martelaar werd gekruisigd, maar opstond uit de dood en ten hemel voer. Niet voor niets ziet Stefanus, als hij wordt gestenigd, de hemelen geopend en de zoon des mensen staande aan de rechterhand van God. Dat is een troost voor Israël in de zware tijden van druk en vervolging onder Babel, later onder Antiochus Epifanes, weer later onder de keizers van Rome, weer later onder Hitler. Dat is een troost ook voor ons, gelovigen onder de andere volken, christenen, die ook vaak vervolgd zijn. Als hier op aarde geen weg meer open is, is de weg omhoog open, gebaand door die ene ware mens, die zich helemaal met ons menselijk lot verbond, maar zonder te zondigen. Jezus Christus.

En afgezien van vervolging, eens komt voor ieder de tijd, dat het leven hier op aarde niet langer meer mogelijk is. Dat die machtige vijand, die de dood heet, ons in zijn greep krijgt. Dat kan een aangrijpende strijd betekenen. Het is wat als hier alle wegen worden afgesneden. Maar voor wie zich aan Jezus mag toevertrouwen, blijft er altijd een weg open. De weg omhoog achter Hem aan. Hij ging heen om ons plaats te bereiden. Hij kwam als mensenzoon tot de Oude van dagen. En dan mogen ook de Zijnen achter Hem aan tot God naderen. Ze mogen voor eeuwig de Here zien van aangezicht tot aangezicht. Ze mogen door Christus de onbenaderbare naderen en het vuur zul ze niet verteren. Het zal ze juist verwarmen en verblijden.

We horen ook dat God zich op de troon had gezet om recht te spreken. De boeken worden geopend. Ook dat is een troost. Vaak speelt de geschiedenis zelf voor rechter. De ene brute macht vernietigt de andere. Maar het gaat niet altijd op. Er wordt ontzettend veel onrecht niet gewroken. Maar we mogen weten: De Here velt het definitieve oordeel over alle machten en mensen. Er zal voor eeuwig recht worden gedaan. En niets zal daarbij verborgen blijven. De boeken worden allemaal geopend. Maar het is tegelijk om van te huiveren. Want dan zal er ook een boekje over ons worden open gedaan. Het zal het zwartboek zijn van onze zonden. Niet alleen de zonden van de wereldheersers en grootmachten, maar net zo goed die van ons zelf. Stel je voor, in de beklaagdenbank voor Gods rechterstoel. Zo Gij in het recht wilt treden, o Heer, en gadeslaan onze ongerechtigheden, ach, wie zal dan bestaan? Hebben we daar wel eens echt over in de rats gezeten? Maar wat is het dan een heerlijke troost, dat de zoon des mensen bij dat oordeel en dat openen van de boeken aanwezig is. Hij, die onze zonden aan het kruis droeg. Hij, die op elke zwarte bladzij van ons levensboek "voldaan" kan zetten. Hij, die het ons dan kan laten zingen: de schuld van uw volk hebt Ge uit uw boek gedaan, ook ziet Gij geen van hun zonden aan. Zijn we al met heel ons zondige leven naar deze Zaligmaker toegegaan? Hebben we ons al aan Hem overgegeven? Er worden tronen opgesteld en voor die tronen worden wij eens opgesteld. En wat dan? Zal Hij, die dan aan de rechterzijde van zijn Vader zit voor ons kunnen pleiten of niet? Ik hoop het voor u, voor mijzelf. Het enige wat nodig is, is geloof in Hem.

In ieder geval zullen dan de machten van deze wereld hun spel definitief uitgespeeld hebben. Christus' hemelvaart is uiteindelijk hùn hellevaart. Ze zullen alle macht aan Hem moeten verliezen. De heerschappij zal van de dieren worden afgenomen. En ook het laatste en grootste gedrocht zal vernietigd worden, in het vuur verbrand. Ze oefenen slechts zó lang hun macht op deze aarde uit, als het voor hen bij God is vastgesteld. Hun wordt maar een bepaalde levensduur gegeven. Op een gegeven moment zegt de Eeuwige, die alle tijden omspant: tot hiertoe en niet verder. Dat zal ook wel bedoeld zijn met die wonderlijke uitdrukking: een tijd, en tijden en een halve tijd. Het valt door ons niet uit te rekenen. Het gaat om termijnen, die de Here alleen kan tellen, wij niet. Maar ze zijn niet eindeloos. Het zijn inderdaad termijnen, tijdvakken, die aflopen. Onverwachts kan het zover zijn. Met andere woorden: wacht op de Heer, godvruchte schaar, houdt moed. Houdt de strijd van het geloof nog even vol. Blijf te midden van het woeden der boze machten nog even de weg van het kruis volgen. Nog een korte tijd. Dan is de strijd gestreden en het leed geleden. Nog even en er zal van de vijanden van God en zijn volk niets meer over zijn. En dan gaat de heerschappij over in andere handen. In de handen van Jezus Christus. Handen, die genezend hebben aangeraakt. Liefdevol hebben getroost. Die met macht hebben gezegend. Ja, doorboorde handen, waardoor de vergeving van de zonden tot stand werd gebracht. Ach, er is geen betere koning dan Hij. Heerlijk te mogen weten, dat Hem alle macht is gegeven in hemel en op aarde. Dat zijn hemelvaart zijn troonsbestijging is. Heerlijk te mogen weten, dat de wereld al in Zijn handen ligt en dat eens voluit zichtbaar zal worden. Dat dan alle volken, natiën en talen Hem zullen eren. Heerlijk te mogen weten, dat zijn koninkrijk nooit meer zal eindigen. Aardse machten volgen elkaar snel op. Maar de macht van Christus is voor eeuwig. Zijn koninkrijk komt en zal dan nooit meer gaan.

En het wonderlijke is bovendien, dat zij, die oprecht in Hem geloven, eens samen met Hem op de troon zullen zitten om te regeren. Ja, samen met Hem zelfs zullen rechtspreken over de brute machten, die hen op aarde geknecht hebben. Het zijn de heiligen van de Allerhoogste. Zij, die het bijzonder eigendom zijn van de hoge God en zich ook ten volle aan Hem gewijd hebben. Zij zullen met Christus het koningschap ontvangen en eeuwig bezitten. Paulus schreef het: indien wij volharden zullen wij met Jezus als koningen heersen. Dan is onze hemelvaart ook een troonsbestijging. Hij schreef ook: weet gij niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En Johannes schreef van hen: en ik zag tronen en zij zaten daarop en het oordeel werd hùn gegeven. Zij zullen er op een of andere manier actief bij betrokken zijn, als de Here alles tot zijn recht laat komen en alles te recht gaat brengen. Ja, de rollen worden dan omgekeerd. Zij zullen koning en rechter zijn over alle boze machten, die hen op aarde onrechtmatig hebben vernederd en gemarteld. De laatsten zullen de eerste worden. De minste zal de meeste zijn in het koninkrijk van God.

Het zijn inderdaad indrukwekkende zaken, die Daniël in zijn visioen ziet. Geen wonder, dat het hem van de wijs brengt, hij er zelfs door van kleur verschiet. Maar tenslotte zegt hij ook: en ik bewaarde deze woorden in mijn hart. Laten wij dat met hem doen. Dit woord over Christus' hemelvaart niet aan ons voorbij laten gaan, maar in ons hart bewaren. Als een bron van kracht, troost en bemoediging, wanneer het ons weer eens zwaar valt om de boze machten in deze wereld zo te keer te zien gaan. Wanneer het ons weer eens overkomt, dat we op onrecht en bruut geweld stuiten, op holle grootspraak, op vijandschap tegen God en zijn volk. Wanneer we het weer eens horen, dat volken elkaar naar het leven staan en de wreedste wapens gebruiken, die talloze levens neermaaien. Wanneer we het weer eens ervaren, dat Gods inzettingen en rechten plaats moeten maken voor menselijke inzettingen en wetten. Gezegend zijn we, als we dit woord van Christus' hemelvaart zo in ons hart bewaren. Dan heeft immers dat hart, dat zich op God verlaat, geen vervolging, hoon of smaad, hoe dreigend ook, te schromen. Want nu Gij, Christus, regeert, is alles wel. Gij hebt aan wereld, dood en hel voor goed de macht ontnomen. Gij zult ons nooit begeven. Gij hebt de hemel ons bereid, waar wij met U in heerlijkheid ook eeuwig zullen leven. Amen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

De Heer is genadig en rechtvaardig,
onze God is een God van ontferming,
de Heer beschermt de eenvoudigen,
machteloos was ik en hij heeft mij bevrijd.
Psalm 116 : 5 en 6