Kop

De website van Arie Tromp

Kies uw taal
Pick your language

Mijn gegevens

      Mijn gegevens

  Adres: Populierenlaan 30,
                 2925 CT Krimpen aan den IJssel
  Vaste telefoon: 0180 522828
  Mobiele telefoon: 06 44046099

  Adres in: Google Printview
  Email: info@dsatromp.nl

ATromp
Het laatst gehouden te: Krimpen aan den IJssel
op: 24 januari 2021
Mattheüs 6 : 19 - 21 Schatten verzamelen

Mattheüs 6 : 19 - 21


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen?   

Op Youtube te vinden:
Kinderlied: Verzamel geen schatten op aarde


Voor 't laatst gehouden op 24 januari 2021 te Krimpen aan den IJssel

Schatten

Gemeente van Jezus Christus,

Iets verzamelen of sparen, doen we graag. Veel hobby’s maken dat duidelijk. Zelf herinner ik me dat ik in mijn jeugd sigarenbandjes heb gespaard, suikerzakje, reversspeldjes. En postzegels. Soms was het een rage. Als scholieren spaarden we een tijd hetzelfde en ruilden we op het schoolplein driftig, want wat de een nog miste, had de ander dubbel. Je kunt foto’s van filmsterren verzamelen, muziek van je geliefde band. Te veel om op te noemen. Ga je naar een grote ruilbeurs in een evenementenhal, dan kijk je je ogen uit. Poppen in klederdracht, antieke strijkijzers, toverlantaarns. De vreemdste dingen. En voor zeldzame exemplaren van iets wordt veel geld neergeteld. Men wil de collectie zo compleet mogelijk hebben en daarvoor brengt men grote offers. Er worden schatten verzameld.

De commercie maakt handig gebruik van onze verzamellust. Kocht je vroeger iets, dan kreeg je een plaatje, om die te plakken in boekjes over het dwergje Piggelmee, of in Verkadealbums over de natuur. Nog steeds gebeurt zo iets dergelijks, bijvoorbeeld met plaatjes van profvoetballers. Of er worden spaarzegels bij de boodschappen gegeven en is je boekje volgeplakt, dan krijg je iets. Zelfs de kapper heeft een knipstripkaart. Het is allemaal een vorm van klantenbinding die werkt.

Waar komt deze drang vandaan? Er zijn verschillende antwoorden op te geven, die elkaar niet uitsluiten, maar aanvullen. Eén antwoord is: het is in primitieve tijden in onze genen ingebakken. De oermens leerde uit ervaring, dat je niet van de hand in de tand kan leven, omdat je de tijden van schaarste dan niet overleeft. Is er extra voedsel in zomer en herfst, dan moet er ook geraapt en bewaard worden voor de winter. Eigenlijk gebeurt dat nog. Niet iedereen kan zich zomaar een dure uitgave veroorloven, een nieuwe wasmachine of koelkast als de oude stuk gaat. Voor zo iets wordt wat opzij gelegd, wat gespaard.

Eigenlijk zijn we ons hele leven niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk bezig met sparen. Waarom zitten we op school? Om kennis te verzamelen, algemene kennis, vakkennis, als een schat die we later in de maatschappij goed kunnen gebruiken. Goud, zilver, diamanten zijn niet alleen schatten. Een schat is ook ons salaris, waarvoor we gewerkt hebben. Een schat is ook een gelukkig huwelijk en gezinsleven, waar we veel voor over hebben. Een schat is ook een stuk sociale zekerheid, welvaart, een goede positie, een eigen bedrijf. Een schat is ook je gezondheid. De coronacrisis bewijst dat we die schat niet automatisch bezitten maar we er soms het grotendeels stilleggen van de samenleving voor moeten betalen.

Soms zie je niet alleen positieve spaarzin in je omgeving of bij jezelf, maar ook negatieve verzamelwoede. Hoe kunnen kinderen en jongelui irritant aan het hoofd van hun ouders zeuren, net zo lang tot ze hun zin krijgen, een scooter of eigen t.v. op hun kamer. Hoe fanatiek kunnen mensen streven naar de schatten van macht, invloed, eer. Met bedrog en ellebogenwerk. Er schijnen miljonairs te zijn, die bandieten inhuren om een spectaculaire schilderijendiefstal in een museum te plegen, omdat ze dat ene unieke schilderij niet in hun collecte kunnen missen.

Waar komt dit vandaan? Wat is de diepste oorzaak hiervan? Daar is nog een antwoord op. Van psychologen en theologen. Ze houden zich vanuit verschillende hoek met onze menselijke ziel bezig, maar komen wonderlijk overeen met elkaar. Er zit een onvervuld verlangen diep in ons hart. Een leegte die wil worden gevuld. Een levenshonger die wil worden gestild. Een levensdorst die wil worden gelest. We missen iets, zijn op zoek naar iets. Naar een soort schat al weten we niet welke. Daarom kunnen we naar van alles en nog wat op zoek zijn. En zodra we die schat ergens in gevonden denken te hebben, maakt het ons toch niet rijk en gelukkig, en gaan we op zoek naar een andere.

En naast deze levenshonger is er ook levensangst. Het bestaan is zo broos, kwetsbaar, onzeker. Er komt zoveel bedreigends op ons af. Een persoonlijke of wereldwijde ramp. De dood ligt altijd op de loer. Het coronavirus bepaalt ons daar weer bij. Daarom zoekt ons hart steeds houvast, zekerheid. We willen ons vastklampen aan een of andere schat, die vertrouwen biedt en de diepe bestaansangst wegneemt. Die veiligheid en bescherming geeft.

Kortom, ons hart heeft nooit aan zichzelf genoeg. Is nooit met zichzelf alleen tevreden. Dat is ook niet de bedoeling. Gods bedoeling met de schepping, ook de schepping van ons mensen, was immers dat we in een liefdevolle paradijselijk gemeenschap met Hem leven en daar ons volle geluk, onze ware schat, in vinden. Ons hart is open geschapen, niet dicht en op zichzelf gericht, om open te zijn naar God toe. En zó al zijn schatten van rust, vrede, vreugde te ontvangen. Een beker wordt gemaakt om te vullen met melk, een ketel om te vullen met water. Zo is ons hart gemaakt om vol te worden van de Here.

Maar we raakten door de zonde buiten dat paradijs. We verloren de gemeenschap met God. En wat is overgebleven? Dat onvervulde verlangen, die innerlijke leegte, het blijvende heimwee. En zo blijven we maar schatten verzamelen, die toch niet geven wat we zoeken.

En dat zou altijd zo gebleven zijn, als God zijn Zoon niet als mens naar de aarde had gestuurd: de Here Jezus. Die heeft namelijk altijd vanuit zijn Vader geleefd en naar zijn Vader toegeleefd. Die heeft altijd van zijn Vader gehouden en hem gehoorzaamd. Die heeft zijn hart altijd laten vullen door zijn Vader, door de Geest van zijn Vader. Zijn Vader was en bleef de schat van zijn leven. Want de Vader wilde nog één mens hebben in wie die paradijselijke toestand bewaard was om ons dank zij Hem niet verloren te laten gaan, maar te behouden en dat was zijn Zoon.

Maar die zag, toen Hij op aarde was, om zich heen hoe iedereen verkeerde schatten zocht. Daarom waarschuwt Hij: verzamel voor jezelf geen schatten op aarde. Hij zegt dus niet: houd maar op met dat verzamelen. Hij weet dat we dat niet kunnen. Het zit in onze genen. Maar Hij zegt wel: zoek ze niet op de verkeerde plek. Op aarde. Want daar vreten mot en roest ze weg. En breken dieven in om ze te stelen. De oosterling dacht bij kostbare schatten vooral aan dure gewaden en tapijten. Maar, zegt Jezus, die verpul-veren door de vraatzucht van torren, insecten, zoals motten. En dat gaat in het oosten snel. Men dacht bij schatten ook aan voorwerpen van ijzer, koper, brons of ander metaal. Maar die worden door roest of andere chemische inwerking aangetast. Bovendien is er niets veilig voor de graaiende handen van dieven. Gravende handen, staat er. Want ze graven onder de lemen muren van je huis door en graven de in de grond verborgen schatten op.

Aardse schatten raken we inderdaad soms snel kwijt. Je bedrijf ondergaat een ontslagronde en je verliest je werk. Je voelt je niet lekker, gaat naar de dokter en je verliest je gezondheid. Je moest de schat, die je man of vrouw, je kind, voor je was, aan de dood afstaan. Heel ons bestaan kan ineens ondergraven worden. Alles glipt je uit handen.

Vaak is ook het bezit van de zaak het einde van het vermaak. De nieuwigheid gaat er af. Het valt toch tegen. De dure vakanties. De spannende films op Netflix. De bezoeken aan het Avonturenpark. Het geeft je niet meer de kik als de eerste keer. Het is intussen wat weggevreten door de mot of de roest.

En soms wil je zo graag bepaalde aardse schatten bezitten, dat je ervan bezeten raakt, ze jou gaan bezitten. Alcohol. Loterij. Games. Bezit. Geld. Je raakt verslaafd. Kunt niet zonder. Wordt er afhankelijk van. Ze worden een afgod voor je. Ze worden de mammon voor je. En niemand kan twee heren dienen. Je kunt niet God dienen en de mammon.

En soms krijgen we bij het verzamelen van aardse schatten een troebel oog. Een slecht of boos oog zoals andere vertalingen luiden. Het is een begerig oog. Een oog dat kijkt met duistere begeertes in het hart, met geldzucht, hebzucht, genotzucht. Een oog dat ook vooral op de schatten van een ander loert. Een jaloers oog, dat anderen eigenlijk niets gunt.

En soms heeft het leven ons geleerd om genoegen te nemen met wat alledaagse bestaanszekerheid. Dat is nog het enige waar we druk mee zijn. Maar Jezus zegt: maak je geen zorgen over je leven, wat je zult eten of drinken, over je lichaam, wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? Kijk naar de vogels in de lucht. De lelies op het veld. Ze worden zomaar door God gevoed en met schoonheid bekleed. Zal de Here dan niet voor jou zorgen? Zoek liever eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je er wel bij gegeven worden.

Dus, want zo komen we bij de positieve kant, verzamel geen schatten op aarde, maar in de hemel. Want daar vreten mot noch roest ze weg en breken geen dieven in om ze te stelen. De hemel is in deze tijd niet populair. De brede massa gelooft niet eens dat die bestaat. En ook in het geloof van veel christenen is er nauwelijks verlangen naar de hemel. Het huidige wereldbeeld, sterk door de natuurwetenschap beïnvloed, is gesloten. Men gaat alleen uit van wat zichtbaar, meetbaar, tastbaar is. En voor schatten op de aarde is dat wel het geval, maar voor schatten in de hemel niet. En zien is gemakkelijker dan geloven. Maar laten we toch blij zijn, dat we in een hemel mogen geloven, waar schatten voor ons klaar liggen. Want ken-merkend voor de hemel is, dat daar, de woonplaats van de eeuwige God, geen tijd is maar eeuwigheid. Daar knaagt de tand des tijds dus niet. Daar kunnen mot en roest niets meer wegvreten. Daar sluipen geen dieven meer rond. Het is net als met ons bezit en geld. We kunnen het wel in huis houden, waar we het telkens als we willen kunnen bekijken en tellen, maar helemaal veilig is het er niet. Ik weet het uit eigen ervaring, want tweemaal is er in een huis van ons ingebroken en zijn er veel spullen meegenomen, spullen met enige geldwaarde en familiestukken met emotionele waarde. Schatten. We kunnen die beter ergens anders bewaren, in een safe, op de bank. Dan kunnen we er niet elk moment bij, ze niet elk moment zien. We kunnen er alleen maar op vertrouwen dat ons geld en goed daar nog is. Maar ze zijn wel op een veilige plek. Als we de bankinstelling durven ver-trouwen, zouden we de hemel en God dan niet vertrouwen?

Maar wat zijn die schatten in de hemel? Jezus zegt daar verder niets van. Daar valt te veel onder om op te noemen, net zoals bij aardse schatten. En ze zijn zo rijk, schitterend, bijzonder, dat ze in geen aardse taal goed beschreven kunnen worden. Maar zoals de aardse schatten, als we er verkeerd mee omgaan, zijn samen te vatten in die ene naam van een afgod: Mammon, zo zijn de hemelse schatten ook samen te vatten in één naam: God. God is de rijkste schat al willen wij dat vanuit ons zelf niet inzien. Hij alleen kan onze hoogste en diepste verlangen vervullen, al werd dat verlangen zo onzuiver dat we ons op aardse schatten gingen richten. God alleen kan onze levenshonger stillen en onze levensdorst wegnemen. God alleen kan onze geestelijke leegte opvullen. God alleen kan ons van onze angsten en onzekerheden bevrijden. God, onze Schepper, van wie we afkomstig zijn en voor wie we bestemd zijn. God, bij wie we ons pas echt thuis kunnen voelen. Wat Augustinus bad, is waar: ons hart is onrustig, totdat het rust vindt in U, o God.

Voelt u die diepe onrust? Mist u door de zonde verloren hemelse schatten? Bent u serieus naar God op zoek? Is ons oog helder, zuiver, in die zin dat het niet begerig naar van alles en nog wat op deze aarde kijkt, maar alleen een blik vol liefde en vertrouwen op de Here slaat? Dat zal ons hele lichamelijke leven in het licht van Gods verlossing zetten. We raken alle onrust, onvrede en leegte in ons hart kwijt en worden schatrijk van Gods rijke geschenken.

En als we aan de schatten in de hemel denken, kunnen we natuurlijk hem niet vergeten die van de hemel naar de aarde kwam en deze woorden uitsprak in zijn Bergrede. De Here Jezus. Volgens Paulus liggen alle schatten van wijsheid en kennis in Hem verborgen. Hij geneest zieken en geeft zo de schat van gezondheid terug. Dat verwijst naar een eeuwig gezond verheer-lijkt lichaam straks in de hemel. Hij dreef boze geesten uit en gaf zo de schat van een vrije geest terug. Dat verwijst naar de eeuwige bevrijding van alle kwaad en een door Gods Geest vervulde ziel straks in de hemel. Door zijn verzoenende dood aan het kruis en zijn opstanding en hemelvaart hebben we weer toegang gekregen tot de hemelse schatkamers. Laten we Jezus in ons hart sluiten, Hem volgen en dienen. Dan verzamelt dat hart schatten in de hemel. De schatten van het Koninkrijk van God. Geen materiële maar geestelijke schatten. Schatten die uit de hemel komen, maar die we hier op aarde al kunnen ja moeten verzamelen. Dank zij Jezus die deze schatten op aarde kwam brengen. Dank zij de Heilige Geest, die het verlangen naar deze hemelse schatten in ons geeft en dat verlangen soms ook vervult als aards voorteken, aardse garantie, aards handgeld, aardse eerste aanbetaling van de schatten die we straks in de hemel in ontvangst mogen nemen. Zoals de schat van de rechtvaardigheid, de vrijheid, vrede, liefde, reinheid, barmhartigheid.

Hoe kun je deze schatten dan nu verzamelen? Paulus schrijft aan de Korintiërs: Wij zijn maar een aarden pot voor deze schat. En dan heeft hij het er over dat hij in zijn broze, kwetsbare lichamelijke bestaan overal, ook onder vervolging, bedreiging, laster, bezig is te verkondigen dat Jezus Christus de Heer is. Dus in de verkondiging van het evangelie worden ons de hemelse schatten voor ogen gesteld, zodat ze ons van alle kanten toeschitteren, en worden ze ons aangereikt. Gratis, uit genade. Die schatten zijn zo kostbaar. We kunnen ze nergens mee betalen. En mee verdienen. Maar dat hoeft ook niet. Ze zijn juist voor arme zondaren die het met schade en schande hebben afgeleerd om hun ziel en zaligheid voor aardse schatten te verkopen. Het gaat erom dat we in het evangelie van de Here Jezus Christus gaan geloven. Het is de bedoeling dat die boodschap richting aan ons leven gaat geven, ons ook bekeert. Zodat we inderdaad geen schatten op aarde meer verzamelen maar schatten in de hemel.

Moeten we dan niets meer willen in het aardse leven en als kluizenaar leven? Nee, Jezus noemt de aardse zaken ook schatten. Die zijn ook waardevol en kostbaar. Als Jezus ons oproept om ons niet druk te maken om voedsel en kleding, maar eerst het Koninkrijk van God te zoeken vraagt Hij van ons onbezorgd te zijn maar niet zorgeloos. Hoe vaak heeft Hij het in zijn gelijkenissen niet over harde werkers: zaaiers, ploegers, maaiers, wijngaardeniers, herders, vissers. Maar de vraag is: waar hangen we ons hart aan op. Wat laten we het zwaarste wegen en geeft de doorslag. Wat is ons grote levensdoel. Aan wat zal verkwijnen en verdwijnen of aan wat zal beklijven en blijven. Want waar je schat is daar zal ook je hart zijn. We hebben een hart om ons ergens volledig aan te wijden. We hebben een hart om aan iemand vol liefde te verliezen. Welke keuze maken we? De keuze van aardse of hemelse schatten?

Soms komt het er op keerpunten in ons leven echt op aan. Zei Jezus niet tegen die rijke jongeman: Eén ding ontbreekt nog. Ga naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen. Dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij.

O mensen, woudt gij leren, waarin uw heil bestaat? ’t Is hierin, dat gij weelde en aardse rijkdom haat, en dat gij tracht te winnen rust van binnen.

Ook Mozes mag ons grote voorbeeld zijn. Door zijn geloof weigerde Mozes, toen hij volwassen werd, aangesproken te worden als zoon van een dochter van de farao. Liever werd hij even slecht behandeld als het volk van God dan dat hij vluchtig voordeel had bij de zonde, omdat hij uitzag naar de beloning waardeerde hij de smaad van Christus hoger dan de schatten van Egypte.

Het zijn de weken van de actie kerkbalans. Goed om, als we ons bedrag voor dit jaar invullen, aan onze woorden van Jezus te denken. Welk deel van onze aardse schatten willen we afstaan voor de hemelse schatten? Welk deel van ons geld willen we door de kerk laten omsmelten tot de verkondiging van Gods liefde en goedheid in de Here Jezus Christus? Welke deel willen we onbereikbaar maken voor mot, roest en dieven? Willen we beleggen en investeren in het Koninkrijk van God?

Roem, wereld, uw schatten! Gij kunt niet bevatten, hoe rijk ik wel ben. 'k Heb alles verloren, maar Jezus verkoren, Wiens rijkdom ik ken.
Toen Jezus ten hemel, van 't aardse gewemel, verwinnende steeg, en voor Zijne broed'ren de hemelse goed'ren in eigendom kreeg.
'k Mag juichende roemen, de rijkste mij noemen. Wijk, werelds goed, wijk! Mijn schat is geborgen, Ik heb niet te zorgen. 'k Ben bedelend rijk!
Amen

Hiëronymus van Alphen
Dit is de voorkant van een oud boek met poëzie.
De preek wordt afgesloten met drie strofen uit een gedicht dat hierin staat.
De dichter Hiëronymus van Alphen is geboren op 8 augustus 1746 te Gouda en overleden op 2 april 1803 te Den Haag
De dichter Pieter Leonard van de Kasteele is geboren op 13 augustus 1748 te Den Haag en overleden op 7 april 1810 te Den Haag
Klik je op de afbeelding dan kun je het hele gedicht lezen.

1000 Resterende tekens