Inlogformulier


Zoeken


Website
Internet

De Bijbel

Mijn weg door de kerk Wil je weten over welke gedeeltes uit de Bijbel in deze website informatie staat?

Mijn Facebook

Ga naar: mijn Facebook

Jonge mensen die verschillend zijn


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen? ja

Zo was de zonde van die jonge mannen zeer groot voor het aangezicht des Heren ...
Samuël nu diende voor het aangezicht des Heren ...


Overdenking op de Classicale Vergadering van Hattem op 16 februari 2005
Thema: Geloofsopvoeding

Het zal vanavond over tieners gaan.

Daarom koos ik voor dit schriftgedeelte, waarbij ik centraal wil stellen de tegenstelling tussen Samuël en Eli’s zonen, Hofni en Pinehas. Jonge mensen, nog tieners of daar net overheen. Zo was de zonde van die jonge mannen zeer groot voor het aangezicht des Heren. Samuël nu diende voor het aangezicht des Heren.

We krijgen een kijkje in twee gezinnen. Het ene is dat van Eli. Hij heeft een prachtig beroep. Hij is geestelijke. Priester in de tempel van Silo. Hij offert aan God. Hij vertelt van Gods liefde en trouw. Maar zoals ieder, ook iedere dominee, maakt ook hij wel eens fouten in zijn werk Als een vrouw, Hanna, in de tempel ligt te prevelen en in gebed haar hart uitstort voor het aangezicht van de Here, denkt hij, dat ze dronken is en krijgt ze de wind van voren. Een pastorale blunder. Ook in zijn gezín is het niet als het wezen moet. Het is fijn, dat hij zijn beide zonen in de tempel laat werken en ze graag als zijn opvolgers ziet. Waarvoor kun je je kinderen beter opvoeden, dan dat ze zich wijden aan de dienst des Heren, ja ze elke dag in nóg meer diepe en letterlijke zin voor het aangezicht des Heren werken als iedereen dat hoort te doen. Ouders kunnen zo hopen en bidden dat hun kinderen hun levenswerk gaan verrichten voor het aangezicht des Heren, naar zijn Woord luisterend, tot Hem biddend, van Hem de kracht en leiding verwachtend, leunend op zijn beloften en geboden. Ja, dat ze letterlijk voor het aangezicht des Heren gaan werken, dominee worden of in de zending gaan.

Maar aan de andere kant is Eli in zijn opvoeding te slap. Hij vertelt ze, waar het op staat. Hij waarschuwt ze ernstig, als ze iets verkeerds doen. Maar hij kan geen vuist maken, geen knopen doorhakken. Hij geeft ze niet de nodige straf, neemt niet de nodige tuchtmaatregel: ze gewoon uit hun ambt zetten. Hij laat alles maar voor het gemak bij het oude. Herkenbaar! En dat hebben ze drommels goed in de gaten. Laat vader maar mopperen. Verder gaat ie toch niet. En zo wordt hun doen en laten steeds goddelozer, nota bene direct voor Gods aangezicht, in diens eigen huis.

Hun offerdienst heeft veel weg van gulzig barbecuen. En ze bedrijven ontucht met vrouwen, die in de tempel schoonmaakdiensten verrichten.

Zo was de zonde van die jonge mannen zeer groot voor het aangezicht des Heren. Eli weet wel, dat het volk zo een slecht voorbeeld krijgt. Hij ziet het verkeerd gaan. Maar hij kan er zich niet genoeg tegen schrap zetten. En het komt met zijn jongens zó ver, dat God hen met verharding straft en hun dood wil. Dan is er geen weg meer terug. Straks komen Hofni en Pinehas om in de strijd tegen de Filistijnen en op 't bericht, dat Gods ark door de vijand in beslag is genomen, valt Eli van schrik achterover van zijn stoel af, breekt zijn nek en sterft. Dat is het einde van dit gezin. Zo hoog begonnen, maar tot het nulpunt gedaald.

En het andere gezin? Dat van Elkana? Ook hij doet zijn godsdienstige plicht, gaat elk jaar naar de tempel. Verder leidt hij een onopvallend leven. Maar één ding had hij niet moeten doen, was een te grote aanpassing aan de maatschappij van toen: met twee vrouwen trouwen. Het levert hem gezinsproblemen op: jaloezie, scheldpartijen, plagerijen. Herkenbaar! Vooral omdat zijn ene vrouw, Peninna, zich boven de andere, Hanna, verheven voelt, want zíj heeft wel kinderen en de laatste niet. Elkana zit tussen twee vuren in. Sust veel, trekt de verliezende vrouw stiekem voor. Maar ook hij komt niet verder dan lapwerk. Ook hij is de toestand in z'n gezin eigenlijk niet de baas. Net zo min als Eli. Herkenbaar.

Maar gelukkig weet Hanna, waar ze met haar verdriet naar toe moet. Naar de tempel. Naar God. Ze stort haar hart voor hem uit. En de Here verhoort haar gebed en schenkt een zoon: Samuël. Uit dankbaarheid belooft ze, dat ze deze jongen aan God zal teruggeven door hem voor de dienst in het huis van de Here te bestemmen. En zo groeit Samuël op in de tempel en krijgt hij een opleiding tot priester. Het is nog niet volmaakt, maar het gaat toch veel beter in het gezin van Elkana. En met zijn zoon gaat het helemaal goed. Want Samuël nu diende voor het aangezicht des Heren.

Zo vertelt de bijbel de geschiedenis van twee gezinnen door elkaar heen. Nu eens wordt het ene, dan weer het andere gezin gevolgd. Maar bij het ene loopt de rode draad omlaag en bij het andere omhoog.

Hoe loopt die rode draad in de gezinnen van onze gemeentes? In onze eigen gezinnen?

Hoe is het gesteld met de kinderen in de gezinnen van onze gemeentes? In onze eigen gezinnen? Hoe zijn ze voor het aangezicht des Heren? Als Samuël, die diende voor het aangezicht des Heren? Of als Hofni en Pinehas, van wie de zonde groot was voor het aangezicht des Heren?

En hoe is het gesteld met de ouders in de gezinnen van onze gemeentes? Hoe zijn we zélf als ouders? Zijn er veel vaders die op Eli lijken? Ze zien ’t misgaan. Hun kinderen overtreden steeds uitdagender de huisregels, foeteren steeds luider op kerk en kerkgang, houden er een steeds lossere levensstijl op na. Vader laat zijn teleurstelling blijken. Waarschuwt. Soms haalt hij God erbij in zijn gesprek met zijn kinderen, hoewel hij moeite heeft de vrome man uit te hangen. Maar het helpt niet. Hij wordt er moe van. Hij heeft al zoveel besognes en zorgen buitenshuis. Die daarbinnen nog erbij is te veel. Vooral thuis wil hij rust. En zo beseffen de kinderen al eerder dan hij, dat hij bezig bent aan het kortste eind te trekken. Ze doen waar ze zelf zin in hebben, stiekem en openlijk. Van kwaad tot erger. Hij krijgt een schuldgevoel. Wat deed hij verkeerd in de opvoeding? Het wordt helemaal raadselachtig, als in hetzelfde gezin het ene kind netjes oppast en het andere altijd verkeerd wil. Waarom zo'n verschil bij dezelfde opvoeding? Daar komen we niet uit. Het zijn de wegen van God, die hoger zijn dan de onze. Het heeft met zijn verkiezende vrijheid en macht te maken. Maar dat verontschuldigt ons niet. Als één of meer van de kinderen in de gezinnen veel zondigen voor het aangezicht des Heren, heeft dat ook een donkere ménselijke achtergrond. De boosheid van hún hart, maar soms ook de slapheid van het hart van de vaders.

Een opvoedkundige heeft een boekje geschreven met de titel: de vaderen zijn niet meer. Het gaat erover, dat de vader zijn sterke rol vol gezag verloren heeft in maatschappij en gezin. Vooral uit de woelige zestiger jaren, met zijn rellen, het ludieke schoppen tegen het gezag door hippies en kabouters, zijn maagdenhuisaffaire, is de vaderfiguur geschonden te voorschijn gekomen. Zijn gezag bleek hol en voos, zich niet echt waar te kunnen maken. De vader léék veel maar wás weinig en men prikte daar genadeloos doorheen. Sindsdien is de vader in 't algemeen gesproken in zijn schulp gekropen. Waar is de man met karakter, met moed en durf, die grenzen stelt en bevelen uitdeelt, de man met overwicht? Nee, de vader als de absolute baas in huis en maatschappij, die zijn geestelijke armzaligheid achter botte kracht verbergt, hoeven we niet meer terug. Maar waarom niet de gulden middenweg? Ach, dat de vaders échte vaders mogen zijn of worden, die door hun omgang met de hemelse Vader weer karakter, ruggengraat krijgen. Die door een goede geestelijke intuïtie weten wat wel en niet kan voor Gods aangezicht en dat hun kinderen ook laten merken. Die hun gezin voorgaan in geloof, hoop en liefde. Die hun gezin echt leiden in de goede zin van 't woord. Als beeld van God, de grote Vader en Leider.

En de moeders? De rode draad in Eli's gezin loopt omlaag, maar die in Elkana's gezin omhoog. Da's ook een goddelijk geheim als dat gebeurt. 't Geheim van Gods liefde en genade. Hij kan ieder mens en elk gezin uit het slop halen. Het is nooit hopeloos, al denken we soms moe en gelaten: zoals er in dát gezin van de gemeente of in ons eigen gezin geleefd wordt, als kat en hond, of langs elkaar heen, of haast zo zondig als Hofni en Pinehas, ik zie niet hoe dat ooit veranderen kan. De Hére kan het veranderen. Hij heeft het beste met de gezinnen voor. Hij wil niets liever dan vrede, geluk, warmte en liefde in elk huis. Daar mogen we op vertrouwen. Maar ook dán heeft 't vaak een ménselijke achtergrond. Want als Hanna met al haar problemen naar de tempel is gegaan en haar hart voor de Here heeft uitgestort, is dàt het begin van de verbetering. De Here hoort haar en vanaf dan verdwijnen de zórgen meer en meer en komen de zégeningen meer en meer. Ze krijgt een zoon, en een, die diende voor het aangezicht des Heren.

Bidden we voor de kinderen van de gezinnen in onze gemeenten, voor onze eigen kinderen?

En kinderen zijn er dus níet om óns te dienen. Hoe kunnen ouders beslag leggen op hun kinderen, vooral in de ouderdom, hen met een schuldgevoel laten rondlopen als ze een enkele dag niet bij pa of ma geweest zijn. Kinderen zijn er niet om de wéreld te dienen. Kinderen zijn er om de Hére te dienen. Samuël nu diende voor het aangezicht des Heren. Ze hoeven niet allemaal dominee te worden of een andere dagtaak in de kerk te krijgen. Luther zei al: ieder beroep is een goddelijke roeping. We kunnen met zovéél bezigheden een dienend leven voor het aangezicht des Heren leiden. De grootste vraag is niet wát de kinderen van onze gemeentes worden, maar hóe ze worden. Liever timmerman in alle eer en deugd dan kerkelijke topfunctionaris op de wijze van Hofni en Pinehas.

En als we bedenken, dat deze twee gezinnen uit het oude testament leefden voor het aangezicht des Heren, dat mogen we als christenen geloven, dat dat aangezicht in Jezus zichtbaar geweest is op aarde. In zijn liefde, zijn geestelijk zo opvoedende woorden en daden. In zijn lijden en sterven voor de zonder van kinderen en ouders. En in zijn overwinnend opstaan. Jezus is de zaligmaker van onze gezinnen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

De Heer is genadig en rechtvaardig,
onze God is een God van ontferming,
de Heer beschermt de eenvoudigen,
machteloos was ik en hij heeft mij bevrijd.
Psalm 116 : 5 en 6