Markus 10 : 46 - 52 Jezus en de blinde

Markus 10 : 46 - 52


Wil je eerst het gedeelte uit de bijbel lezen?   

Jezus en de blinde

Je kunt ziende blind zijn, maar ook blind ziende. Er zit een blinde bedelaar aan de kant van de weg. Want blind zijn betekende in de tijd van Jezus bedelen. Hulphoevend, machteloos, kwetsbaar aan de kant, de zijlijn, van de maatschappij staan. Maar wat roept hij als hij hoort dat Jezus passeert? Hij noemt hem Zoon van David. Hij heeft op grond van wat hij van Jezus wist dus het diepe inzicht gekregen, dat Jezus de Messias is, de beloofde Verlosser, door God gezonden. Hij roept: heb medelijden met mij, erbarm u. Dat zijn woorden die toen alleen in het gebed tot God werden gebruikt. Hij "zag" Jezus dus als de goddelijke Heer. Het is een gelovig zien en reddend zien. Het leidde tot zijn genezing. Zijn geloof heeft hem behouden. Hoe "zien" wij Jezus en hoe zit het met ons geloof? Of ons ongeloof, onze blindheid?

1000 Resterende tekens