Kop

De website van Arie Tromp

Kies uw taal
Pick your language

Mijn gegevens

  Adres: Populierenlaan 30,
                 2925 CT Krimpen aan den IJssel
  Vaste telefoon: 0180 522828
  Mobiele telefoon: 06 44046099

  Adres in: Google Printview
  Email: info@dsatromp.nl

ATromp

Perikopen uit Zacharia

Zacharia 6 : 1 - 8
Nieuwe Vertaling
  1. Wederom sloeg ik mijn ogen op, ik zag toe en zie, daar kwamen vier wagens naar voren tussen twee bergen. Die bergen nu waren van koper.
  2. Voor de eerste wagen stonden rode paarden, voor de tweede zwarte,
  3. voor de derde witte en voor de vierde gevlekte; sterke paarden.
  4. Ik nam het woord en vroeg de engel die met mij sprak: Wat betekent dit, mijn heer?
  5. De engel gaf mij ten antwoord: Deze gaan uit naar de vier windstreken des hemels, van hun standplaats bij de Here der ganse aarde.
  6. Die met de zwarte paarden gaat uit naar het Noorderland, de witte gaan uit, hen achterna, en de gevlekte gaan naar het Zuiderland.
  7. De sterke paarden kwamen opzetten; zij verlangden weg te gaan om de aarde te doorkruisen, en hij zeide: Gaat heen, doorkruist de aarde. Toen doorkruisten zij de aarde.
  8. Hierop riep hij mij toe en sprak tot mij: Zie, die uitgegaan zijn naar het Noorderland brengen mijn Geest in het Noorderland tot rust.


Zacharia 5 : 5 - 11
Nieuwe Vertaling
  1. Hierop kwam de engel die met mij sprak, nader en zeide tot mij: Sla toch uw ogen op en zie, wat daar naar voren komt.
  2. Ik vroeg: Wat is dat? Hij antwoordde: Dat is een efa, die daar naar voren komt. Hij vervolgde: Zo zien zij er uit in het ganse land.
  3. En zie, het loden deksel werd opgelicht en daar zat een vrouw in de efa.
  4. En hij zeide: Dat is de goddeloosheid. Toen wierp hij haar in de efa neer en wierp het loden gewicht op de opening daarvan.
  5. Toen ik mijn ogen opsloeg, zag ik en zie, twee vrouwen kwamen naar voren, met de wind in haar vleugels; zij hadden namelijk vleugels als van een ooievaar. En zij droegen de efa weg tussen hemel en aarde.
  6. Toen vroeg ik de engel die met mij sprak: Waarheen brengen zij die efa?
  7. Hij antwoordde mij: Naar het land Sinear, om daar voor haar een huis te bouwen. Is dit gereed, dan zetten zij haar daar op haar plaats.


Zacharia 4 : 1 - 14
Nieuwe Vertaling
  1. De engel die met mij sprak, kwam terug en wekte mij zoals men iemand uit de slaap wekt.
  2. Hij zeide tot mij: Wat ziet gij? Daarop antwoordde ik: Ik zie daar een kandelaar, geheel van goud, met een oliehouder aan zijn top; hij heeft zeven lampen, en telkens zeven toevoerbuizen voor de lampen erbovenop;
  3. en twee olijfbomen steken boven hem uit, de ene rechts en de andere links van de oliehouder.
  4. Ik hernam en vroeg de engel die met mij sprak: Wat betekent dit, mijn heer?
  5. Toen gaf de engel die met mij sprak, mij ten antwoord: Weet gij niet, wat dit betekent? Ik zeide: Neen, mijn heer.
  6. Hij antwoordde mij: Dit is het woord des HEREN tot Zerubbabel: niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen.
  7. Wie zijt gij, grote berg? Voor het aangezicht van Zerubbabel wordt gij een vlakte; hij zal de gevelsteen naar voren brengen onder het gejubel: heil, heil zij hem!
  8. En het woord des HEREN kwam tot mij:
  9. De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest, zijn handen zullen het ook voltooien, en gij zult weten, dat de HERE der heerscharen mij tot u gezonden heeft.
  10. Want wie veracht de dag der kleine dingen? Zij zullen zich verblijden, als zij het paslood zien in de hand van Zerubbabel. Deze zeven zijn de ogen des HEREN, die de ganse aarde doorlopen.
  11. Ik nam het woord en vroeg hem: Wat betekenen deze twee olijfbomen rechts en links van de kandelaar?
  12. Andermaal nam ik het woord en vroeg hem: Wat betekenen de twee olijftakken, die door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien?
  13. En hij zeide tot mij: Weet gij niet, wat zij betekenen? Ik antwoordde: Neen mijn heer.
  14. Toen zeide hij: Zij zijn de twee gezalfden die voor de Here der ganse aarde staan.


Zacharia 5 : 1 - 4
Nieuwe Vertaling
  1. Wederom sloeg ik mijn ogen op, ik zag toe en zie, een vliegende boekrol.
  2. Hij zeide tot mij: Wat ziet gij? Ik antwoordde: Ik zie een vliegende boekrol, die twintig el lang en tien el breed is.
  3. Toen zeide hij tot mij: Dit is de vloek die uitgaat over het ganse land: volgens deze wordt ieder die steelt, van dit ogenblik af weggevaagd en volgens deze wordt ieder die vals zweert, van dit ogenblik af weggevaagd.
  4. Ik heb die doen uitgaan, luidt het woord des HEREN der heerscharen, en hij komt tot het huis van de dief, en tot het huis van hem die bij mijn naam vals zweert, en hij overnacht in zijn huis en vernietigt het, zowel zijn houtwerk als zijn stenen.


Zacharia 3 : 1 - 10
Nieuwe Vertaling
  1. Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande voor de Engel des HEREN, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen.
  2. De HERE echter zeide tot de satan: De HERE bestraffe u, satan, ja de HERE, die Jeruzalem verkiest, bestraffe u; is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt?
  3. Jozua nu was met vuile klederen bekleed, terwijl hij voor de Engel stond.
  4. Toen nam deze het woord en zeide tot hen die voor Hem stonden: Doet hem de vuile klederen uit. Hij zeide tot hem: Zie, Ik neem uw ongerechtigheid van u weg, Ik trek u feestklederen aan.
  5. Ik nu zeide: Laat ze een reine tulband op zijn hoofd zetten. Toen zetten zij een reine tulband op zijn hoofd en trokken hem een staatsiegewaad aan, terwijl de Engel des HEREN erbij stond.
  6. Hierop vermaande de Engel des HEREN Jozua:
  7. Zo zegt de HERE der heerscharen: Indien gij in mijn wegen wandelt en de door Mij opgedragen taak waarneemt, dan zult gij zowel mijn huis richten als mijn voorhoven bewaken, en Ik zal u doen verkeren onder hen die hier staan.
  8. Hoor toch, gij hogepriester Jozua, gij en uw gezellen die voor u zitten (zij zijn immers mannen die ten wonderteken dienen) voorwaar, zie, Ik zal mijn knecht, de Spruit, doen komen;
  9. voorwaar zie, van de steen die Ik voor Jozua neerleg (op die ene steen zijn zeven ogen) zal Ik zelf het graveersel graveren, luidt het woord van de HERE der heerscharen, en Ik zal op een dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen.
  10. Te dien dage, luidt het woord van de HERE der heerscharen, zult gij elkander nodigen onder de wijnstok en onder de vijgeboom.